Artikel 144 Pensioenwet
Lid 1
Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen noodzakelijk voor de uitvoering van een pensioenregeling, regels gesteld over:
het minimale percentage van het gemiddelde loon- of prijsindexcijfer;
het maximaal te hanteren gemiddelde rendement op vastrentende waarden;
de maximaal te hanteren risicopremies op onder andere aandelen en onroerend goed; en
een uniforme set met economische scenario’s.
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde regels worden uiterlijk iedere vijf jaren getoetst, rekening houdend met financieel-economische ontwikkelingen in het verleden en realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen.
Lid 3
Ten behoeve van de toetsing, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister een commissie in met toepassing van artikel 6 van de Kaderwet adviescolleges. Onze Minister kan tevens het oordeel van de commissie vragen over de toepassing van de rentetermijnstructuur bij rentes met een lange looptijd.
Lid 4
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 144 Pensioenwet is sinds 2025 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:RBNHO:2025:10428 — 28-05-2025 Rb. Noord-Holland
vordering tot betaling schadevergoeding na eenzijdige wijziging pensioenregeling.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.