Artikel 150 Pensioenwet

Wanneer een pensioenregeling eindigt en er geen sprake meer is van verwerving van pensioen tijdens een periode waarin de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds ligt onder de bij of krachtens artikel 131 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen:

  1. stelt het pensioenfonds de toezichthouder hiervan op de hoogte;

  2. gaat het pensioenfonds binnen een door de toezichthouder te stellen termijn over tot het verzekeren bij een verzekeraar, overdragen aan een verzekeraar of onderbrengen bij een pensioenfonds van de pensioenverplichtingen op basis van een procedure welke ter kennis en instemming van de toezichthouder wordt gebracht; en

  3. stelt het pensioenfonds een algemeen overzicht van de procedure, bedoeld in onderdeel b, beschikbaar voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of de vertegenwoordigers van de genoemde personen in overeenstemming met het vertrouwelijkheidbeginsel.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 150 Pensioenwet is sinds 2014 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2016:1134 — 10-06-2016 Hoge Raad
    Pensioenrecht. Werkgever zegt uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds op. Geschil over betalingsverplichtingen werkgever jegens pensioenfonds. Art. 23 en 25 lid 1, aanhef en onder h, Pensioenwet. Uitleg uitvoeringsovereenkomst; Haviltexmaatstaf. Opzegging…
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3763 — 23-12-2020 Hof Amsterdam
    OK; Artikel 217 Pensioenwet, afwijzing verzoek tot treffen van voorlopige voorzieningen
  • ECLI:NL:RBROT:2014:1451 — 26-02-2014 Rb. Rotterdam
    Bedrijfspensioenfonds. Het bedrijfspensioenfonds is door de overgang van de actieve werknemers naar een ander fonds een gesloten fonds geworden. De vennootschap moet daarom conform hetgeen in een vaststellingsovereenkomst staat, bedragen vervroegd storten

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.