Artikel 26 Pensioenwet

In de uitvoeringsovereenkomst wordt vastgelegd hoe de betaling van de premies door de werkgever aan de pensioenuitvoerder geschiedt, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. een werkgever voldoet de werkgeverspremie en de op het loon van de werknemer ingehouden werknemerspremie aan de pensioenuitvoerder uiterlijk binnen:

    1. twee maanden na afloop van elke maand waarover de premie verschuldigd is indien de pensioenuitvoerder op basis van actuele loonsomgegevens zijn administratie voert; of

    2. een maand na afloop van elk kwartaal waarover de premie verschuldigd is;

  2. wanneer de premie op basis van een langere termijn dan een kwartaal wordt vastgesteld en in rekening gebracht, is deze termijn ten hoogste gelijk aan een jaar en voldoet de werkgever uiterlijk binnen een maand na afloop van elk kwartaal een vierde gedeelte van de door hem op basis van zijn eigen bijdrage verschuldigde jaarpremie op basis van een schatting van de pensioenuitvoerder en de op het loon van de werknemer ingehouden werknemerspremie, aan de pensioenuitvoerder; en

  3. de totale jaarpremie, bestaande uit de werkgeverspremie en de werknemerspremies, wordt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar voldaan aan de pensioenuitvoerder.

Recente uitspraken

Art. 26 Pensioenwet is sinds 2017 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:3906 — 09-08-2022 Hof Amsterdam
    Werkgever wijzigt eenzijdig de pensioenindexering van reeds ingegane pensioenen met een beroep op financiële nood(zaak) en op solidariteit tussen alle (ex-)werknemers. Groep oud-werknemers vordert nakoming oude regeling. Hof bevestigt oordeel kantonrechter dat werkgever daartoe…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1849 — 14-06-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Pensioenrecht. Tussenarrest. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in Bpf HiBiN en is verplicht om de in het uitvoeringsreglement opgenomen verplichting tot betaling van pensioenpremie na te leven. De vraag is of de premievordering van Bpf…
  • ECLI:NL:GHARL:2019:4359 — 21-05-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-tijdige melding betalingsonmacht artikel 23 lid 4 Wet Bpf. Pensioenfonds stort voorschotten pensioenpremie terug omdat geen aangifte is gedaan die matcht met de automatisering van het pensioenfonds. Door deze terugstorting herleven de oude…
  • ECLI:NL:RBMNE:2021:1303 — 27-01-2021 Rb. Midden-Nederland
    Verzet tegen dwangbevel pensioenfonds. Is er hoofdelijke aansprakelijkheid voor de bestuurder artikel 23 lid 1 Wet BpF 2000. Is er sprake van een tijdige melding van betalingsonmacht? Is er sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van lid 3 en 4
  • ECLI:NL:RBAMS:2018:7927 — 06-11-2018 Rb. Amsterdam
    Verjaring pensioenpremies. Vordering inning pensioenpremies niet verjaard. Aanleveren loongegevens door werkgever voor vaststelling van die premies. Aanvang verjaringstermijn

Bekijk alle 6 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.