Afdeling 1. Kleineondernemersregeling
Artikel 25
Lid 1
In deze afdeling wordt verstaan onder:
jaaromzet in Nederland: het totaal van de vergoedingen ter zake van de volgende leveringen van goederen en diensten verricht door een ondernemer binnen Nederland gedurende een kalenderjaar:
leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;
leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en
leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;
jaaromzet in de Unie: de jaaromzet in Nederland en het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006, verricht door een ondernemer binnen de andere lidstaten van de Unie gedurende een kalenderjaar.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij de vaststelling van de jaaromzet in Nederland niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte:
onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; en
roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven indien diegene aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.
Artikel 25a
Lid 1
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en van wie de jaaromzet in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van vrijstelling van belasting ter zake van door de ondernemer in Nederland verrichte leveringen van goederen en diensten.
Lid 2
Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd kan kiezen voor toepassing van de vrijstelling mits tevens aan de voorwaarde is voldaan dat de jaaromzet in de Unie niet meer bedraagt dan € 100.000.
Lid 3
De vrijstelling is niet van toepassing op de levering van:
nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de verkoper of afnemer worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat; en
onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.
Lid 4
De ondernemer die de vrijstelling toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
Lid 5
De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in Nederland is gevestigd, na een melding aan de inspecteur, vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat minimaal vier weken na ontvangst van de melding aanvangt. De melding geschiedt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze en bevat ten minste de jaaromzet in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar en de jaaromzet in Nederland tijdens het kalenderjaar tot aan de melding. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
Lid 6
De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, ingeval van:
een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, derde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd het individuele nummer aan de ondernemer mededeelt volgens de in die lidstaat geldende regelgeving; of
een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd, het individuele nummer aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd volgens de in die lidstaat geldende regelgeving.
De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de toepassing van de vrijstelling ingeval de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.
Lid 7
De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging wordt door de ondernemer gedaan bij de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na ontvangst van de wederopzegging aanvangt. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
Lid 8
De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging geschiedt door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de actualisering door de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd. Ingeval de actualisering in de laatste maand van een kalenderkwartaal is ontvangen, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van de tweede maand van het volgende kalenderkwartaal. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
Lid 9
Een ondernemer komt niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, komt ook niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in de Unie het bedrag, genoemd in het tweede lid, overschrijdt. In de hiervoor bedoelde gevallen komt de ondernemer ook niet in aanmerking voor de vrijstelling in het daaropvolgende kalenderjaar of is de vrijstelling niet langer van toepassing voor de levering van het goed of de dienst waardoor die overschrijding tot stand komt, gedurende het resterende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar.
Artikel 25b
Lid 1
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd kan de vrijstelling toepassen zonder de melding te doen, bedoeld in artikel 25a, vijfde lid, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de jaaromzet in Nederland bedraagt niet meer dan het bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag;
de ondernemer heeft zich voor de omzetbelasting niet gemeld bij de inspecteur of de Kamer van Koophandel en is daartoe ook niet verplicht; en
de ondernemer past de vrijstelling, bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006, niet toe in andere lidstaten.
Lid 2
De ondernemer die de vrijstelling toepast, is ontheven van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 34, 34c tot en met 35b en 37a.
Lid 3
Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de aan de ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten, bedoeld in:
artikel 17f tenzij het een verworven goed betreft als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 25c
Lid 1
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd, moet voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006, in één of meer andere lidstaten ter zake van door de ondernemer in die lidstaten verrichte leveringen van goederen en diensten:
een voorafgaande kennisgeving richten aan de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze; en
in Nederland door de inspecteur zijn geïdentificeerd door een individueel nummer met het achtervoegsel «EX».
Lid 2
De ondernemer stelt de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze, door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, vooraf in kennis van iedere wijziging van de informatie in de kennisgeving. Deze actualisering is inclusief het voornemen de vrijstelling toe te passen in één of meer andere lidstaten dan aangegeven in de voorafgaande kennisgeving en de beslissing om de toepassing van de vrijstelling in één of meer andere lidstaten waar de ondernemer niet is gevestigd, te beëindigen.
Lid 3
De vrijstelling geldt, ingeval van:
een voorafgaande kennisgeving, vanaf de datum waarop de inspecteur het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» aan de ondernemer mededeelt; of
een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, vanaf de datum waarop de inspecteur het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd.
Lid 4
De beëindiging van de toepassing van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de informatie van de ondernemer of, indien die informatie in de laatste maand van een kalenderkwartaal wordt ontvangen, op de eerste dag van de tweede maand van het eerstvolgende kalenderkwartaal.
Lid 5
De inspecteur deelt het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» mede of bevestigt dit nummer aan de ondernemer binnen 35 werkdagen na ontvangst van de voorafgaande kennisgeving onderscheidenlijk de actualisering van de voorafgaande kennisgeving, tenzij:
de jaaromzet in de Unie meer bedraagt dan € 100.000 in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving of de actualisering daarvan; of
de lidstaat die de vrijstelling verleent aan de inspecteur meldt dat de omzetdrempel, bedoeld in artikel 284, tweede lid, onderdeel b, van de BTW-richtlijn 2006, tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving of de actualisering daarvan is overschreden, of dat niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 288 bis, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006.
In geval onderdeel a toepassing vindt, beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Lid 6
De termijn, bedoeld in het vijfde lid, is niet van toepassing in bijzondere gevallen waarin, met het oog op het voorkomen van belastingontduiking of -ontwijking, meer tijd nodig is om de noodzakelijke controles uit te voeren.
Artikel 25d
Lid 1
De voorafgaande kennisgeving bevat ten minste de volgende informatie:
de naam, de activiteit, de rechtsvorm en het adres van de ondernemer;
de lidstaat of lidstaten waar de ondernemer voornemens is de vrijstelling toe te passen;
het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten die in het voorafgaande kalenderjaar zijn verricht in Nederland en in elk van de andere lidstaten; en
het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten verricht in Nederland en in elk van de andere lidstaten, tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, verstrekt de ondernemer de informatie voor de twee voorafgaande kalenderjaren voor elke lidstaat die overeenkomstig artikel 288 bis, eerste lid, eerste alinea, van de BTW-richtlijn 2006 de periode heeft verlengd tot twee kalenderjaren.
Lid 3
Indien de ondernemer de inspecteur in kennis stelt van zijn voornemen de vrijstelling toe te gaan passen in één of meer andere lidstaten dan aangegeven in de voorafgaande kennisgeving, hoeft deze ondernemer de eerder krachtens artikel 25e verstrekte informatie niet opnieuw te verstrekken.
Lid 4
De actualisering van de voorafgaande kennisgeving bevat steeds het individuele nummer met het achtervoegsel «EX».
Artikel 25e
Lid 1
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en de vrijstelling toepast in één of meer andere lidstaten, verstrekt aan de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze, onder vermelding van zijn individuele nummer met het achtervoegsel «EX», over ieder kalenderkwartaal de volgende informatie:
het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten die tijdens het kalenderkwartaal zijn verricht in Nederland, of «0» indien geen leveringen van goederen of diensten zijn verricht; en
het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten die tijdens het kalenderkwartaal zijn verricht in de andere lidstaten, of «0» indien geen leveringen van goederen of diensten zijn verricht.
Lid 2
De ondernemer verstrekt de informatie binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kalenderkwartaal.
Lid 3
Ingeval de jaaromzet in de Unie het bedrag van € 100.000 overschrijdt, stelt de ondernemer de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze binnen 15 werkdagen hiervan in kennis. Tegelijkertijd meldt de ondernemer het bedrag van de leveringen van goederen en diensten die zijn verricht vanaf het begin van het lopende kalenderkwartaal tot de datum waarop het bedrag van € 100.000 werd overschreden.
Lid 4
De te verstrekken informatie bevat geen informatie die de ondernemer reeds eerder ingevolge artikel 25c, eerste lid, in samenhang met artikel 25d heeft verstrekt.
Lid 5
Indien het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» wordt medegedeeld in het kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de voorafgaande kennisgeving is ingediend, verstrekt de ondernemer de informatie, bedoeld in het eerste lid, voor de periode vanaf de voorafgaande kennisgeving tot en met het einde van het kalenderkwartaal waarin de voorafgaande kennisgeving is ingediend.
Lid 6
De ondernemer verstrekt de informatie, bedoeld in het vijfde lid, op een door de inspecteur voorgeschreven wijze binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kalenderkwartaal waarin het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» is medegedeeld.
Artikel 25f
Lid 1
Voor de toepassing van artikel 25d, eerste lid, onderdelen c en d, en artikel 25e, eerste lid, geldt het volgende:
voor zover de leveringen van goederen en diensten zijn verricht in Nederland, bestaat het totaal van de vergoedingen uit de vergoedingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, met uitzondering van de vergoedingen, bedoeld in artikel 25, tweede lid;
voor zover de leveringen van goederen en diensten zijn verricht in een andere lidstaat, bestaat het totaal van de vergoedingen uit de vergoedingen, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006;
het totaal van de vergoedingen wordt uitgedrukt in euro’s; en
ingeval een andere lidstaat voor toepassing van de vrijstelling verschillende drempels hanteert als bedoeld in artikel 284, eerste lid, tweede alinea, van de BTW-richtlijn 2006, is de ondernemer verplicht met betrekking tot deze lidstaat het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten voor elke drempel die van toepassing kan zijn, afzonderlijk te verstrekken.
Lid 2
Indien een vergoeding ter zake van leveringen van goederen of diensten in een andere munteenheid dan de euro is uitgedrukt, hanteert de ondernemer de wisselkoers die gold op de eerste dag van het kalenderjaar. De omrekening geschiedt met toepassing van de wisselkoers die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, indien die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 25g
Lid 1
De inspecteur deactiveert onverwijld het individuele nummer met het achtervoegsel «EX», of, indien de ondernemer de vrijstelling blijft toepassen in één of meer andere lidstaten, past onverwijld de ontvangen informatie aan, bedoeld in artikel 25c, eerste en tweede lid, ten aanzien van de betrokken lidstaat of lidstaten, in de volgende gevallen:
de jaaromzet in de Unie overschrijdt het bedrag van € 100.000;
de lidstaat die de vrijstelling verleent, heeft gemeld dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de vrijstelling of dat de vrijstelling niet langer van toepassing is in die lidstaat;
de ondernemer heeft de beslissing om de toepassing van de vrijstelling te beëindigen gemeld bij de inspecteur;
de ondernemer heeft gemeld bij de inspecteur, of er kan anderszins worden aangenomen, dat zijn werkzaamheden zijn beëindigd; of
de ondernemer is niet langer gevestigd in Nederland.
Lid 2
De beslissing van de inspecteur tot deactiveren van het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» of de aanpassing van de ontvangen informatie, bedoeld in artikel 25c, eerste en tweede lid, wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking in de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, d en e.