Artikel 37 Wet op de omzetbelasting 1968
Hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke hij, anders dan op grond van dit artikel, niet verschuldigd is geworden, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur heeft uitgereikt; hij is gehouden deze belasting op de voet van artikel 14 te voldoen.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 37 OB1968 is sinds 1996 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2020:1504 — 06-10-2020 Hoge Raad
Feitelijk leiding geven aan opzettelijk (namens BV) onjuiste aangiften omzetbelasting doen (art. 69 AWR). Bewijsklacht opzet. Fiscaal pleitbaar standpunt dat bij verkoop pakket geen omzetbelasting verschuldigd was? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:2542… - ECLI:NL:HR:1998:AA2329 — 01-07-1998 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1996:AA1808 — 10-04-1996 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2025:2170 — 24-07-2025 Hof Amsterdam
Medeplegen van belastingfraude, gewoontewitwassen en witwassen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, en deelneming aan een criminele organisatie. Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, een geldboete van € 10.000,00 en een beroepsverbod. - ECLI:NL:GHAMS:2025:2167 — 24-07-2025 Hof Amsterdam
Medeplegen van belastingfraude, valsheid in geschrift en witwassen, en deelneming aan een criminele organisatie, begaan door een rechtspersoon. Geldboete van € 45.000,00.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.