Artikel 36 Wet op de omzetbelasting 1968
De artikelen 25, derde lid, en 27e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vinden overeenkomstige toepassing, ingeval niet volledig is voldaan aan de verplichtingen welke zijn opgelegd bij of krachtens de artikelen 28n, 34 tot en met 35c en 39.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 36 OB1968 is sinds 1988 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2000:AA6199 — 14-06-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1990:ZC4312 — 20-06-1990 Hoge Raad
Boete na transactie voor hetzelfde feit. Verhoging bij vennootschap na schikking OM met directeuren. - ECLI:NL:HR:1988:ZC3761 — 10-02-1988 Hoge Raad
Omzetbelasting. Art. 14 Warb; art. 47 AWR. Gebruik onderzoeksbevoegdheden door inspecteur nadat beroep bij belastingrechter is ingesteld. - ECLI:NL:GHDHA:2023:2281 — 15-11-2023 Hof Den Haag
Artikel 8:42 Awb. Door geen inzicht te geven in de wijze waarop hij een statistische analyse heeft uitgevoerd, heeft de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Artikel 16 AWR. De Inspecteur beschikt over een nieuw feit dan wel is sprake van een… - ECLI:NL:GHSHE:2006:BA4961 — 17-08-2006 Hof 's-Hertogenbosch
Het Hof is enerzijds van oordeel, dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de belanghebbende met opzet ten onrechte het tarief van nihil op de onderhavige transacties heeft toegepast. Anderzijds, met name in het licht van het met de Inspecteur gevoerde overleg en de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.