Artikel 3 Wet op de omzetbelasting 1968
Lid 1
Leveringen van goederen zijn:
de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken;
de afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop;
de oplevering van onroerende zaken door degene die de zaken heeft vervaardigd, met uitzondering van andere onbebouwde terreinen dan bouwterreinen als bedoeld in artikel 11, zesde lid;
de rechtsovergang van goederen tegen betaling van een vergoeding ingevolge een vordering door of namens de overheid;
vervallen;
de rechtsovergang van goederen welke het onderwerp uitmaken van een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed.
Lid 2
Als levering van goederen wordt mede aangemerkt de vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, met uitzondering van hypotheek en grondrente, tenzij de vergoeding, vermeerderd met de omzetbelasting, minder bedraagt dan de waarde in het economische verkeer van die rechten. De waarde in het economische verkeer bedraagt ten minste de kostprijs, met inbegrip van de omzetbelasting, van de onroerende zaak waarop het recht betrekking heeft, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de handeling.
Lid 3
Met een levering onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, worden gelijkgesteld:
het door een ondernemer aan zijn bedrijf onttrekken van een goed dat hij voor eigen privé-doeleinden of voor privé-doeleinden van zijn personeel bestemt, dat hij om niet verstrekt of, meer in het algemeen, dat hij voor andere dan bedrijfsdoeleinden bestemt, ingeval met betrekking tot dat goed of de bestanddelen daarvan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
vervallen;
het onder zich hebben van goederen door een ondernemer of zijn rechthebbenden wanneer hij de uitoefening van zijn bedrijf beëindigt, ingeval bij de aanschaffing van die goederen of bij de bestemming ervan overeenkomstig het bepaalde in onderdeel b, zoals dat luidde op 31 december 2013, recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.
Lid 4
Indien door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met een verplichting tot levering van een zelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer wordt afgeleverd, wordt dat goed geacht door ieder van die personen te zijn geleverd.
Lid 5
Goederen welke over een veiling worden verhandeld, worden geacht aan en vervolgens door de houder van de veiling te zijn geleverd.
Lid 6
Goederen welke worden geleverd door tussenkomst van een commissionair of dergelijke ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, worden geacht aan en vervolgens door die ondernemer te zijn geleverd.
Lid 7
Goederen zijn alle voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten, alsmede electriciteit, gas, warmte of koude en dergelijke.
Lid 8
Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, worden onttrekkingen van goederen om voor bedrijfsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster, niet als een levering onder bezwarende titel beschouwd.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3 OB1968 is sinds 2009 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Arnhem en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2015:874 — 10-04-2015 Hoge Raad
Omzetbelasting. Procesrecht. Art. 3, leden 1, 4 en 6 Wet OB 1968; art. 8:31 en art. 8:42, lid 1, Awb. Oordeel van Hof dat geen sprake is van leveringen van auto’s getuigt van een onjuiste rechtsopvatting of is onvoldoende gemotiveerd. Op de zaak betrekking hebbende stukken. - ECLI:NL:GHSHE:2026:1850 — 15-07-2026 Hof 's-Hertogenbosch
Artt. 3, lid 1, onderdeel a, 37 en 37d Wet OB 1968. Ongeacht beslaglegging door het OM is belanghebbende belastingplichtige voor de OB bij verkoop. Verschuldigdheid op facturen vermelde OB. Geen overdracht van een algemeenheid van goederen. Inspecteur heeft grove schuld bewezen.… - ECLI:NL:GHSHE:2026:589 — 04-03-2026 Hof 's-Hertogenbosch
OB. Invoer auto uit het buitenland. Intracommunautaire verwerving. [Belanghebbende] least een [merk auto] bij een Duitse Gmbh die de auto in Nederland heeft gekocht. Na enkele kortlopende huurperiodes koopt [belanghebbende] de auto. De huurtermijnen worden verrekend met de… - ECLI:NL:GHAMS:2025:1414 — 18-03-2025 Hof Amsterdam
Is de levering van onderhavige kavels vrijgesteld van omzetbelasting? - ECLI:NL:GHAMS:2022:788 — 10-02-2022 Hof Amsterdam
OB; verhuurmaatschappij; fictieve dienst op grond van artikel 4, tweede lid, sub a Wet OB?; onttrekking in de zin van artikel 3, derde lid, sub a Wet OB?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.