Artikel 12 Wet op de omzetbelasting 1968

Lid 1

De belasting wordt geheven van de ondernemer die de levering of de dienst verricht.

Lid 2

Ingeval de ondernemer die een levering als bedoeld in artikel 5b of een dienst als bedoeld in artikel 6, eerste lid, verricht, niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, en aan degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend een btw-identificatienummer in Nederland is toegekend, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.

Lid 3

Ingeval de ondernemer die de levering, niet zijnde een levering waarop de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, van toepassing is, of een dienst, andere dan bedoeld in het tweede lid, verricht, niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, en degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, een ondernemer is die in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft, of een in Nederland gevestigd lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.

Lid 4

Voor de toepassing van dit artikel wordt een ondernemer die een vaste inrichting heeft in Nederland, geacht een niet in Nederland gevestigde ondernemer te zijn wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. hij verricht in Nederland een belastbare goederenlevering of een dienst;

  2. bij het verrichten van die goederenlevering of die dienst is de vaste inrichting in Nederland niet betrokken.

Lid 5

In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen wordt onder bij of krachtens deze maatregel te stellen regelen de belasting, ten einde voor de inning daarvan meer waarborgen te scheppen, geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.

Recente uitspraken

Art. 12 OB1968 is sinds 1998 in 15 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hoge Raad en Rb. 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:HR:2017:3149 — 15-12-2017 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013,…
  • ECLI:NL:HR:2011:BO7109 — 25-02-2011 Hoge Raad
    Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met…
  • ECLI:NL:HR:1998:AA2329 — 01-07-1998 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:890 — 25-03-2026 Hof Den Haag
    Wet IB. eigenbouwer. Artikel 6:6 Awb bevat een discretionaire bevoegdheid om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beroep terecht ontvankelijk verklaard. De Rechtbank heeft terecht de ontvankelijkheid van het bezwaar beoordeeld en zij heeft terecht geoordeeld dat het…
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:889 — 25-03-2026 Hof Den Haag
    Wet OB. vertrouwensbeginsel. Discretionaire bevoegdheid van artikel 6:6 Awb om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beroep terecht ontvankelijk verklaard. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende mocht er gelet op controlerapport gerechtvaardigd op vertrouwen dat de Inspecteur…

Bekijk alle 15 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.