Artikel 33g Wet op de omzetbelasting 1968

Lid 1

De ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, kan in Nederland een fiscaal vertegenwoordiger aanstellen ter zake van zijn leveringen en diensten waarvoor hij de belasting verschuldigd is en ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen en invoer. De fiscaal vertegenwoordiger treedt op namens de ondernemer en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de aangifte en de betaling van de belasting, alsmede de verplichtingen bedoeld in artikel 37a.

Lid 2

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een ondernemer als bedoeld in het eerste lid verplicht is een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen.

Lid 3

De fiscaal vertegenwoordiger dient in het bezit te zijn van een daartoe verstrekte vergunning van de inspecteur.

Lid 4

Degene die een vergunning als fiscaal vertegenwoordiger wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verzoek moet bevatten.

Lid 5

Bij het verzoek dient een verklaring van de in het eerste lid bedoelde ondernemer te worden overgelegd waaruit blijkt dat degene die het verzoek indient door de ondernemer is gemachtigd namens hem op te treden als fiscaal vertegenwoordiger.

Lid 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing en de invordering, regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder de vergunning wordt verleend, gewijzigd en ingetrokken. Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van de vergunning geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 33g OB1968 is sinds 2022 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:420 — 22-02-2024 Hof Amsterdam
    Is de vergunning om op te treden als beperkt fiscaal vertegenwoordiger en de aanwijzing op de voet van artikel 23 Wet OB terecht ingetrokken?
  • ECLI:NL:RBNHO:2022:12031 — 27-10-2022 Rb. Noord-Holland
    Omzetbelasting. Rechtbank verklaart de beroepen tegen de intrekking van een beperkte vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g Wet OB jo artikel 24c Uitvoeringsbesluit OB 1968 en de intrekking aanwijzing op grond van artikel 23 Wet OB jo artikel 18…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.