Artikel 26 Wet op de omzetbelasting 1968
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld volgens welke daarbij aangewezen ondernemers die niet aan ondernemers plegen te leveren of diensten plegen te bewijzen, de belasting ter zake van leveringen en diensten worden verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding wordt voldaan; alsdan wordt de belasting berekend over de voldane vergoeding.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 26 OB1968 is sinds 2000 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2014:2656 — 12-09-2014 Hoge Raad
Omzetbelasting. Art. 26 Wet OB 1968; art. 26 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968; afwijzing verzoek om toepassing van het kasstelsel. Verrichten prostituees hun diensten als werknemer van belanghebbende? - ECLI:NL:HR:2000:AA6199 — 14-06-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHARL:2024:4872 — 23-07-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
VPB. OB. Bekendmaking belastingaanslagen aan ontbonden rechtspersoon. - ECLI:NL:GHSHE:2008:BE9019 — 19-06-2008 Hof 's-Hertogenbosch
Gelet reeds op de in 2.5 tot en met 2.7 vermelde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, voldeed belanghebbende, naar het oordeel van het Hof, niet aan de uit artikel 52 AWR voortvloeiende administratieve verplichtingen In dit verband merkt het Hof op dat de… - ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ5271 — 31-03-2011 Rb. Leeuwarden
Op eiseres is het kasstelsel niet van toepassing. Geen opgewekt vertrouwen. Naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag opgelegd. Boete ivm grove schuld terecht, geen pleitbaar standpunt. Boete niet disproportioneel.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.