Artikel 18 Wet op de omzetbelasting 1968

Lid 1

Invoer van goederen is:

  1. het brengen in Nederland van goederen die niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 28 en 29 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  2. het brengen in Nederland vanuit een derdelandsgebied van andere dan de in onderdeel a bedoelde goederen;

  3. het in Nederland beëindigen van, dan wel het in Nederland onttrekken van goederen aan een douaneregime;

  4. de bevoorrading in Nederland van vervoermiddelen met goederen welke niet in het vrije verkeer zijn.

Lid 2

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder douaneregime:

  1. tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 5, onderdeel 17, van het Douanewetboek van de Unie;

  2. douanevervoer als bedoeld in de artikelen 226 en 234 van het Douanewetboek van de Unie;

  3. douane-entrepot als bedoeld in artikel 240 van het Douanewetboek van de Unie;

  4. tijdelijke invoer als bedoeld in artikel 250 van het Douanewetboek van de Unie, voor zover het betreft een volledige vrijstelling van rechten bij invoer;

  5. actieve veredeling als bedoeld in artikel 256 van het Douanewetboek van de Unie; en

  6. wederuitvoer als bedoeld in artikel 270 van het Douanewetboek van de Unie.

Lid 3

Als invoer wordt niet aangemerkt het in Nederland brengen van goederen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarop een douaneregime van toepassing is dan wel waarop aansluitend aan het in Nederland brengen een douaneregime van toepassing wordt. Evenmin wordt als invoer aangemerkt het in Nederland beëindigen van een douaneregime voor zover dit regime wordt opgevolgd door een douaneregime.

Lid 4

Als invoer wordt voorts niet aangemerkt het in Nederland beëindigen van, dan wel het in Nederland onttrekken van goederen aan de regeling intern douanevervoer, bedoeld in artikel 227 van het Douanewetboek van de Unie, indien het vervoer aanvangt en eindigt in de Unie.

Lid 5

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel.

Recente uitspraken

Art. 18 OB1968 is sinds 1998 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:1998:AA2329 — 01-07-1998 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHARL:2025:5846 — 23-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Geschil over btw-verklaring jacht. Partijen zijn niet overeengekomen dat de verkoper moet zorgen voor een btw-verklaring. De conformiteitseis brengt ook niet mee dat de verkoper daartoe verplicht is.
  • ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2990 — 12-01-2012 Hof Amsterdam
    Het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging verzet zich in casu niet tegen uitreiking van een tweede UTB. Ingevolge artikel 221 van het CDW dient het bedrag van de verschuldigde belastingen onmiddellijk na de boeking op daartoe geëigende wijze aan de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2007:BB1206 — 19-06-2007 Hof Amsterdam
    Belanghebbende komt met het vliegtuig uit het buitenland, landt op Schiphol en neemt in zijn handbagage een kostbaar schilderij mee. Op de vraag van de douaneambtenaar of hij iets aan te geven heeft antwoordt belanghebbende ontkennend. Vervolgens wordt een proces-verbaal…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.