Artikel 31 Wet op de omzetbelasting 1968

Lid 1

Een verzoek om teruggaaf van belasting geschiedt bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.

Lid 2

In gevallen waarin geen aangifte op de voet van artikel 14 moet worden ingediend, geschiedt een verzoek om teruggaaf door het doen van aangifte.

Lid 3

Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan door een ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit zakelijke handelingen worden verricht, maar die is gevestigd in een andere lidstaat, is het bepaalde in afdeling 2, paragrafen 1 en 2 mede van toepassing.

Lid 4

Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend door een ondernemer die niet in Nederland en niet in de Unie woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, dient het verzoek betrekking te hebben op belasting waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een tijdvak van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het tijdvak mag evenwel korter zijn dan drie maanden indien deze periode het resterende deel van een kalenderjaar betreft. De verzoeken kunnen mede belasting betreffen waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een ander tijdvak van hetzelfde kalenderjaar, maar waarvoor eerder geen verzoek om teruggaaf werd ingediend. Het verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.

Lid 5

Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend door een ander dan een ondernemer genoemd in het derde lid of vierde lid, dient het verzoek betrekking te hebben op belasting waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een kwartaal en moet het verzoek worden ingediend binnen drie maanden na afloop van dat kwartaal.

Lid 6

In gevallen als bedoeld in het vierde lid, wordt in afwijking van artikel 17 geen teruggaaf verleend indien het verzoek betrekking heeft op een bedrag aan belasting van minder dan € 400. Betreft een verzoek om teruggaaf als is bedoeld in het vierde lid evenwel een kalenderjaar of het resterende gedeelte daarvan, dan moet het bedrag aan belasting waarop het verzoek betrekking heeft ten minste € 50 belopen.

Lid 7

Een ondernemer die niet in de Unie woont of is gevestigd en in Nederland geen vaste inrichting heeft, behoeft bij een verzoek om teruggaaf, in afwijking van artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geen domicilie in Nederland te kiezen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop deze ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van artikel 7.

Lid 8

De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Lid 9

Op de verzoeken om teruggaaf van belasting, bedoeld in het eerste en tweede lid, is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 31 OB1968 is sinds 2008 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2025:1258 — 12-09-2025 Hoge Raad
    Omzetbelasting; art. 31 Wet OB; art. 26 AWR; rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht bij uitspraak op bezwaar een afwijzende beslissing op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting heeft gehandhaafd; beoordeling door het gerechtshof of de betrokken beslissing van de…
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:3537 — 10-12-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    Artikel 29 en 31 Wet OB. Verzoeken om teruggaaf van OB zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:1595 — 08-05-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    Art. 31, lid 1, Wet OB. Bijna-thuis-huis. Belanghebbende heeft voor twee tijdvakken verzoeken om teruggaaf ingediend. Het hof is van oordeel dat de inspecteur beide verzoeken terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende de verzoeken te laat heeft ingediend.…
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:3701 — 08-11-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    Belanghebbende verzoekt bij suppletie om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd. Een suppletie is geen aangifte en het verzoek is, in dit geval, niet meer dan een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep…
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:3020 — 20-09-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    Belanghebbende verzoekt per brief om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd en zij herstelt dat door creditfacturen. Het hof is van oordeel dat het verzoek om teruggaaf ter zake van de creditfacturen een verzoek om ambtshalve…

Bekijk alle 17 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.