Artikel 33 Wet op de omzetbelasting 1968
Een in Nederland gevestigde ondernemer kan een teruggaafverzoek doen aan een lidstaat van teruggaaf indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij in de lidstaat van teruggaaf noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening gehad, noch een vaste inrichting van waaruit zakelijke handelingen werden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats;
tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij geen goederenleveringen of diensten verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de volgende handelingen:
vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten die in die lidstaat vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 of 160 van BTW-richtlijn 2006;
goederenleveringen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens de artikelen 194 tot en met 197 en artikel 199 van BTW-richtlijn 2006 in die lidstaat de belasting verschuldigd is.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 33 OB1968 is sinds 1996 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Arnhem en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2009:BB6436 — 13-11-2009 Hoge Raad
- Artikel 23, lid 1, AWR; tegen een beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting kan ook bezwaar worden gemaakt als de beschikking conform het verzoek is gegeven. - Artikel 6:10 Awb; ambtshalve beoordeling door het Hof van ontvankelijkheid van bezwaar tegen… - ECLI:NL:HR:1996:AA1702 — 21-08-1996 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9800 — 06-05-2003 Hof Amsterdam
Franse afnemer van telefoonkaarten verdacht van carrouselfraude. Nederlandse leverancier vraagt teruggaaf omzetbelasting via voorlopige voorziening. Connexiteitsvereiste bij weigering inspecteur om teruggaafbeschikking te nemen. - ECLI:NL:RBARN:2010:BO8093 — 16-12-2010 Rb. Arnhem
Teruggaafverzoeken (18 stuks) omzetbelasting. Niet tijdig beslist door verweerder. Verweerder moet binnen drie maanden alsnog beslissen op straffe van dwangsom van EUR 100 per dag met een maximum van EUR 15.000. - ECLI:NL:RBBRE:2010:BO1782 — 26-07-2010 Rb. Breda
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.