Art. 3:29 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Wordt ter verkrijging van dit bevel iemand die in de registers staat ingeschreven gedagvaard, dan worden daarmee tevens gedagvaard al zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen.
Lid 2
Alvorens een zodanige verklaring uit te spreken kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijk niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt.
Lid 3
Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet- ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo voor een ingeschreven verweerder geen verzet, maar hoger beroep openstaat, geldt hetzelfde voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de termijn van verzet in elk geval te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschreven verweerder, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, zulks mede ten opzichte van zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.
Lid 4
Het vonnis dat de verklaring bevat, kan niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de waardeloze inschrijving een hypotheek of beslag betreft, machtigt het vonnis na inschrijving de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Recente uitspraken
Art. 3:29 BW is sinds 2000 in 122 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Amsterdam en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2026:842 — 05-06-2026 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Opzegging van ondererfpacht omdat in woning hennep en vuurwapen is aangetroffen. Art. 5:87 lid 2 BW. Ernstige tekortkoming? Art. 3:29 lid 3 BW. Niet tijdige aantekening in rechtsmiddelenregister. Ontvankelijkheid. - ECLI:NL:HR:2023:1800 — 22-12-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Art. 3:45 BW. Vernietiging onverplichte rechtshandeling. Behelst door rechtbank gegeven verklaring voor recht verklaring van waardeloosheid? Art. 3:29 BW. Inschrijving hoger beroep in rechtsmiddelenregister? Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep? - ECLI:NL:HR:2023:1631 — 24-11-2023 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Verklaring van waardeloosheid. Art. 3:28 BW. Niet-ontvankelijkheid appellanten wegens niet-tijdige inschrijving van hoger beroep in rechtsmiddelenregister, bedoeld in art. 433 Rv (art. 3:29 lid 3 BW)? - ECLI:NL:HR:2023:1599 — 17-11-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Cassatieberoep, onvankelijkheid, incident. Verklaring van waardeloosheid hypotheekrecht, verzuim inschrijving uitspraak in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 BW, art. 433 Rv, art. 25 Kadasterwet). Belangenafweging? Onlosmakelijk verbonden beslissingen. - ECLI:NL:HR:2000:AA7908 — 27-10-2000 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.