Art. 3:23 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Het beroep van een verkrijger van een registergoed op goede trouw wordt niet aanvaard, wanneer dit beroep insluit een beroep op onbekendheid met feiten die door raadpleging van de registers zouden zijn gekend.

Recente uitspraken

Art. 3:23 BW is sinds 2007 in 116 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2023:1825 — 22-12-2023 Hoge Raad
    Goederenrecht. Art. 3:99 lid 1 BW. Ontstaan van erfdienstbaarheid door verkrijgende verjaring. Bezit te goeder trouw. Art. 3:23 BW. Staat onbekendheid met feiten die door raadpleging van de registers zouden zijn gekend in de weg aan goede trouw?
  • ECLI:NL:HR:2021:1617 — 29-10-2021 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3:17 BW. Welke feiten zijn aan de verkrijger van het heersend erf tegen te werpen? Art. 3:24 BW.
  • ECLI:NL:HR:2010:BK6588 — 05-02-2010 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW). Erfdienstbaarheid van overpad. Goede trouw (3:23 BW). Beoordeling van overige eisen die – naast bezit van het recht van overpad – moeten worden gesteld voor rechtverkrijgende verjaring, meer in het bijzonder de eis van goede…
  • ECLI:NL:GHARL:2025:7526 — 18-11-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Bevrijdende verjaring binnentuin. Daden van inbezitneming.
  • ECLI:NL:GHARL:2025:7440 — 18-11-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    .

Bekijk alle 116 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.