Art. 3:19 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen en andere wettelijke vereisten voor inschrijving zijn vervuld, dan geschiedt de inschrijving terstond na de aanbieding.
Lid 2
Als tijdstip van inschrijving geldt het tijdstip van aanbieding van de voor de inschrijving vereiste stukken.
Lid 3
Op verlangen van de aanbieder tekent de bewaarder de verrichte inschrijving op het ontvangstbewijs aan of doet hij in de gevallen en op een wijze bij of krachtens de wet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, vast te stellen, daarvan mededeling aan de aanbieder.
Lid 4
Indien de bewaarder vermoedt dat de in de aangeboden stukken vermelde kenmerken niet overeenstemmen met die welke met betrekking tot het registergoed behoren te worden vermeld, of dat de in te schrijven rechtshandeling door een onbevoegde is verricht of onverenigbaar is met een andere rechtshandeling, ter inschrijving waarvan hem de nodige stukken zijn aangeboden, is hij bevoegd de aanbieder en andere belanghebbenden daarop opmerkzaam te maken.
Recente uitspraken
Art. 3:19 BW is sinds 2019 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
- ECLI:NL:GHARL:2024:757 — 30-01-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Had de notaris partijen nader moeten informeren over de mogelijkheden van verhaal bij een in een notariële akte vastgelegde leningsovereenkomst? Schendt de notaris haar zorgplicht indien zij de voorwaarden van de lening niet ter inschrijving aanbiedt aan het Kadaster? Artikel… - ECLI:NL:OGEAA:2025:168 — 19-03-2025 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Civiel, verklaart voor recht als gevolg van verjaring eigenaar. - ECLI:NL:RBROT:2025:2191 — 05-02-2025 Rb. Rotterdam
Vordering tot oproeping in vrijwaring toegewezen. - ECLI:NL:RBROT:2024:6654 — 10-07-2024 Rb. Rotterdam
De beoordeling door de Hoge Raad raakt zo aan de beoordeling in de onderhavige zaak dat het de rechtbank geraden voorkomt dat deze zaak omwille van een doelmatige procesvoering wordt aangehouden totdat de Hoge Raad in de desbetreffende cassatieprocedure arrest heeft gewezen. - ECLI:NL:RBROT:2024:6652 — 10-07-2024 Rb. Rotterdam
De beoordeling door de Hoge Raad raakt zo aan de beoordeling in de onderhavige zaak dat het de rechtbank geraden voorkomt dat deze zaak omwille van een doelmatige procesvoering wordt aangehouden totdat de Hoge Raad in de desbetreffende cassatieprocedure arrest heeft gewezen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.