Art. 3:21 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
De rangorde van inschrijvingen die op een zelfde registergoed betrekking hebben, wordt bepaald door de volgorde der tijdstippen van inschrijving, tenzij uit de wet een andere rangorde voortvloeit.
Lid 2
Vinden twee inschrijvingen op één zelfde tijdstip plaats en zouden deze leiden tot onderling onverenigbare rechten van verschillende personen op dat goed, dan wordt de rangorde bepaald:
ingeval de ter inschrijving aangeboden akten op verschillende dagen zijn opgemaakt: door de volgorde van die dagen;
ingeval beide akten op dezelfde dag zijn opgemaakt en het notariële akten, daaronder begrepen notariële verklaringen, betreft: door de volgorde van de tijdstippen waarop ieder van die akten of verklaringen is opgemaakt.
Recente uitspraken
Art. 3:21 BW is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2026:12506 — 04-09-2026 Rb. Rotterdam
Rangregeling. Verdeling opbrengsten vijf registergoederen, verkocht in twee executoriale verkopen. Samenhang met eerdere en latere uitwinning(en) van ook andere verhypothekeerde registergoederen. Uitsplitsing per executieopbrengst. Volgorde van behandeling en afwikkeling.… - ECLI:NL:RBROT:2016:376 — 06-01-2016 Rb. Rotterdam
Beroepsfout notaris. Onrechtmatige daad. De notaris wist dat de bij de akten betrokken partijen wensten dat een kwalitatieve verplichting werking zou houden onder alle omstandigheden, dus ook in het geval van een executieveiling door de hypotheekverstrekker. Door eerst de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.