Art. 3:24 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling tot verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere titel in de registers wordt ingeschreven, een eveneens voor inschrijving in de registers vatbaar feit niet met betrekking tot dat registergoed ingeschreven was, kan dit feit aan de verkrijger niet worden tegengeworpen, tenzij hij het kende.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:

  1. feiten die naar hun aard vatbaar zijn voor inschrijving in een register van de burgerlijke stand, een huwelijksgoederenregister of een boedelregister, ook indien het feit in een gegeven geval daarin niet kan worden ingeschreven, omdat daarop de Nederlandse wet niet van toepassing is;

  2. in het curatele- en bewindregister ingeschreven ondercuratelestelling en opheffing van curatele;

  3. in het faillissementsregister, het surséanceregister en het register schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ingeschreven rechterlijke uitspraken;

  4. aanvaarding en verwerping van een nalatenschap;

  5. verjaring.

Lid 3

Het eerste lid is evenmin van toepassing ten aanzien van erfopvolgingen en uiterste wilsbeschikkingen die op het tijdstip van de inschrijving van de rechtshandeling nog niet ingeschreven waren, doch daarna, mits binnen drie maanden na de dood van de erflater, alsnog in de registers zijn ingeschreven.

Recente uitspraken

Art. 3:24 BW is sinds 2005 in 40 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Limburg en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2021:1617 — 29-10-2021 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3:17 BW. Welke feiten zijn aan de verkrijger van het heersend erf tegen te werpen? Art. 3:24 BW.
  • ECLI:NL:HR:2020:1527 — 25-09-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad. Inschrijving openbare registers en kadastrale vermelding. Wordt koper beschermd door art. 3:23 en/of 3:24 BW?
  • ECLI:NL:HR:2020:484 — 20-03-2020 Hoge Raad
    Goederenrecht. Bescherming tegen onvolledigheid openbare registers (3:24 BW). Na ruilverkaveling is bestaand hypotheekrecht op ander, vervangend perceel komen te rusten (zaaksvervanging; art. 160 lid 3 Liw (oud); vgl. art. 60 lid 3 Wilg); inschrijfbaar feit (art. 3:17 BW)? Wordt…
  • ECLI:NL:HR:2016:2640 — 18-11-2016 Hoge Raad
    Beslagrecht, goederenrecht, derdenbescherming (art. 3:36 BW). Doorhaling hypotheekrecht in registers; rechtsgeldige afstand van hypotheekrecht? Wordt beslaglegger beschermd tegen gewekte schijn van afstand? Nadeelvereiste? Reikwijdte van de bescherming van art. 3:36 BW; aard van…
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1535 — 23-07-2024 Hof Den Haag
    burengeschil; artikel 5:50 BW; alleen uitzicht recht vooruit is verboden; uitzicht naar rechts en links niet relevant

Bekijk alle 40 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.