Art. 3:26 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling ter verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere titel wordt ingeschreven, met betrekking tot dat registergoed een onjuist feit in de registers ingeschreven was, kan de onjuistheid van dit feit door hem die redelijkerwijze voor overeenstemming van de registers met de werkelijkheid had kunnen zorgdragen, aan de verkrijger niet worden tegengeworpen, tenzij deze de onjuistheid kende of door raadpleging van de registers de mogelijkheid daarvan had kunnen kennen.
Recente uitspraken
Art. 3:26 BW is sinds 2005 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Limburg en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2020:484 — 20-03-2020 Hoge Raad
Goederenrecht. Bescherming tegen onvolledigheid openbare registers (3:24 BW). Na ruilverkaveling is bestaand hypotheekrecht op ander, vervangend perceel komen te rusten (zaaksvervanging; art. 160 lid 3 Liw (oud); vgl. art. 60 lid 3 Wilg); inschrijfbaar feit (art. 3:17 BW)? Wordt… - ECLI:NL:HR:2015:3552 — 11-12-2015 Hoge Raad
Appartementsrechten. Splitsingsakte bevat foutieve vermelding van verdeling woonkosten. Derdenbescherming op grond van art. 3:26 BW. Devolutieve werking hoger beroep; beroep op rechtsverwerking. - ECLI:NL:OGHACMB:2021:123 — 23-04-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Toedeling – verjaring – inschrijving verjaring – bezit - ECLI:NL:OGHACMB:2021:122 — 23-04-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
verjaring – inschrijving verjaring – bezit - ECLI:NL:GHARL:2024:7614 — 10-12-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Uitleg notariële leveringsakte; horizontale natrekking; gebrekkige splitsing in appartementsrechten (reikwijdte van artikel 5:110 lid 1 BW).
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.