Art. 3:20 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

De bewaarder der registers weigert een inschrijving te doen, indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid. Hij boekt de aanbieding in het register van voorlopige aantekeningen met vermelding van de gerezen bedenkingen.

Lid 2

Wanneer de weigering ten onrechte is geschied, beveelt de voorzieningenrechter van de rechtbank, rechtdoende in kort geding, op vordering van de belanghebbende de bewaarder de inschrijving alsnog te verrichten, zulks onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter. De voorzieningenrechter kan de oproeping van door hem aan te wijzen andere belanghebbenden gelasten. Het bevel van de voorzieningenrechter is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

Lid 3

Wordt de geweigerde inschrijving alsnog bevolen, dan verricht de bewaarder haar terstond nadat de eiser haar opnieuw heeft verzocht.

Lid 4

Indien de belanghebbende binnen twee weken na de oorspronkelijke aanbieding aan de bewaarder een dagvaarding in kort geding ter verkrijging van het in lid 2 bedoelde bevel heeft doen uitbrengen en de aanvankelijk geweigerde inschrijving alsnog is verricht op een hernieuwde aanbieding van dezelfde stukken, gedaan binnen een week na een in eerste aanleg gegeven bevel, wordt de inschrijving geacht te zijn geschied op het tijdstip waarop de oorspronkelijke aanbieding plaatsvond. Hetzelfde geldt, indien de bewaarder op een hernieuwde aanbieding alsnog overgaat tot inschrijving binnen twee weken hetzij na de oorspronkelijke aanbieding, hetzij na een hem tijdig uitgebrachte dagvaarding hangende het geding in eerste aanleg.

Lid 5

Een feit waarvan slechts blijkt uit een overeenkomstig lid 1, tweede zin, geboekt stuk wordt geacht niet door raadpleging van de registers kenbaar te zijn, tenzij het krachtens het vorige lid geacht moet worden reeds ten tijde van de raadpleging ingeschreven te zijn geweest.

Lid 6

Een voorlopige aantekening wordt door de bewaarder doorgehaald, zodra hem is gebleken dat de voorwaarden voor toepassing van het vierde lid niet meer kunnen worden vervuld, of de inschrijving met inachtneming van het tijdstip van oorspronkelijke aanbieding alsnog heeft plaatsgevonden.

Recente uitspraken

Art. 3:20 BW is sinds 2001 in 16 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Si, Hof Arnhem-Leeuwarden en Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:212 — 12-08-2025 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Sint Maarten. Overdracht van een stuk grond door een moeder aan een zoon.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2022:214 — 30-09-2022 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Descente en cvp.
  • ECLI:NL:GHARL:2024:757 — 30-01-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Had de notaris partijen nader moeten informeren over de mogelijkheden van verhaal bij een in een notariële akte vastgelegde leningsovereenkomst? Schendt de notaris haar zorgplicht indien zij de voorwaarden van de lening niet ter inschrijving aanbiedt aan het Kadaster? Artikel…
  • ECLI:NL:GHARL:2022:10858 — 06-12-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Collectieve pensioenvoorziening. Vorderingen tot vernietiging bedingen en schadevergoeding verjaard.
  • ECLI:NL:GHSHE:2004:AR7518 — 02-03-2004 Hof 's-Hertogenbosch
    Als niet gemotiveerd betwist staat voorshands tussen partijen vast dat [geïntimeerde], voordat hij in 1994 eigenaar werd van nr 10, geen kadastraal onderzoek heeft ingesteld naar de exacte locatie van de erfgrens tussen nr 8 en nr 10. Niet is betwist dat de erfgrens toentertijd…

Bekijk alle 16 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.