Artikel 27 Wet op het notarisambt
Lid 1
Een notaris, die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden kan, na verhoor of behoorlijke oproeping, door de voorzitter van de kamer voor het notariaat voor onbepaalde tijd in de uitoefening van zijn ambt worden geschorst. De kamer voor het notariaat bekrachtigt deze maatregel binnen vier weken. Op verzoek van de notaris kan de kamer voor het notariaat de schorsing te allen tijde opheffen. Op de beslissingen van de voorzitter en de kamer voor het notariaat is artikel 104, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Artikel 103, zevende lid, is van toepassing.
Lid 2
De notaris kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing tot schorsing of tot weigering van de opheffing van de schorsing daartegen in beroep komen bij het gerechtshof Amsterdam. Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de maatregel niet. Tegen de beslissing van het gerechtshof is geen hogere voorziening toegelaten.
Lid 3
Op de behandeling van de zaak bij de kamer voor het notariaat en bij het gerechtshof zijn de artikelen 101, 102, 104, 105 en 107 van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
In geval van blijvende ongeschiktheid van de notaris voor de uitoefening van het ambt wordt hij, op voordracht van Onze Minister, de kamer voor het notariaat gehoord, bij koninklijk besluit ontslagen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 27 Wna is sinds 2013 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2022:413 — 22-02-2022 Hof Amsterdam
Hoger beroep notaris tegen (1) voorzittersbeslissing tot schorsing notaris wegens faillissement praktijkvennootschap en (2) daaropvolgende beslissing van de kamer tot bekrachtiging van de schorsing. Is art. 26 lid 1 sub d Wna alleen van toepassing bij persoonlijk faillissement… - ECLI:NL:GHAMS:2020:137 — 14-01-2020 Hof Amsterdam
Klacht tegen een notaris. Negatieve bewaringspositie. Afwijking van uitgangspunt dat inbreuk op bewaringsplicht in beginsel leidt tot ontzetting uit het ambt. Welke werkzaamheden mag een notaris die in de uitoefening van zijn ambt is geschorst, nog verrichten? - ECLI:NL:GHAMS:2017:3096 — 01-08-2017 Hof Amsterdam
Hoger beroep van een oud-notaris tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer waarbij mr. X als waarnemer is benoemd van het protocol van de oud-notaris. Het beroep heeft betrekking op het vastgestelde honorarium van mr. X en op de ontheffing van mr. X van de… - ECLI:NL:GHAMS:2013:3788 — 29-10-2013 Hof Amsterdam
De kamer heeft de ordemaatregel gegeven door de voorzitter van de kamer (op de voet van artikel 106 van de Wet op het notarisambt) bij diens beslissing, waarbij de notaris de toegang tot zijn kantoor is ontzegd gedurende de tijd dat hij in de uitoefening van zijn ambt is… - ECLI:NL:GHAMS:2013:3193 — 01-10-2013 Hof Amsterdam
De KNB is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Artikel 26 van de Wet op het notarisambt (Wna) betreft een per 1 januari 2013 in werking getreden gewijzigd artikel. In dit artikel wordt een viertal gevallen genoemd waarin een notaris door de voorzitter van een kamer voor het…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.