Artikel 26 Wet op het notarisambt

Lid 1

Een notaris wordt door de voorzitter van de kamer voor het notariaat geschorst in de uitoefening van zijn ambt indien hij:

  1. zich in voorlopige hechtenis bevindt;

  2. tegen hem een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf is ingesteld;

  3. bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel aan hem bij een dergelijke rechterlijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  4. bij rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surséance van betaling heeft gekregen, dan wel wegens schulden is gegijzeld, voor de duur van die maatregel.

Lid 2

Artikel 27, eerste lid, tweede tot en met vijfde volzin, tweede lid en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

De griffiers der gerechten doen aan de kamer voor het notariaat, de KNB en het Bureau mededeling van rechterlijke beslissingen als bedoeld in het eerste lid.

Lid 4

In een geval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, eindigt de schorsing na drie maanden. De kamer voor het notariaat kan de schorsing telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen.

Lid 5

In geval van waarneming door de notaris wordt hij tevens voor de duur van zijn schorsing geschorst als waarnemer in de uitoefening van het ambt, onverminderd de bevoegdheid van de kamer voor het notariaat tot intrekking van de benoeming tot waarnemer, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

Lid 6

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd notaris, met dien verstande dat zijn toevoeging door de voorzitter van de kamer voor het notariaat wordt opgeschort.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 26 Wna is sinds 2001 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Arnhem.

  • ECLI:NL:HR:2001:ZC3665 — 05-10-2001 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHAMS:2022:413 — 22-02-2022 Hof Amsterdam
    Hoger beroep notaris tegen (1) voorzittersbeslissing tot schorsing notaris wegens faillissement praktijkvennootschap en (2) daaropvolgende beslissing van de kamer tot bekrachtiging van de schorsing. Is art. 26 lid 1 sub d Wna alleen van toepassing bij persoonlijk faillissement…
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:137 — 14-01-2020 Hof Amsterdam
    Klacht tegen een notaris. Negatieve bewaringspositie. Afwijking van uitgangspunt dat inbreuk op bewaringsplicht in beginsel leidt tot ontzetting uit het ambt. Welke werkzaamheden mag een notaris die in de uitoefening van zijn ambt is geschorst, nog verrichten?
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:4377 — 31-10-2017 Hof Amsterdam
    Klacht van een notaris (Z) tegen een andere notaris. Volgens notaris Z bestaat er geen grond voor de door de notaris bij hem ingediende declaratie, aangezien de notaris nimmer werkzaamheden op het kantoor van notaris Z heeft verricht. Verder stelt notaris Z dat de notaris hem…
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:3096 — 01-08-2017 Hof Amsterdam
    Hoger beroep van een oud-notaris tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer waarbij mr. X als waarnemer is benoemd van het protocol van de oud-notaris. Het beroep heeft betrekking op het vastgestelde honorarium van mr. X en op de ontheffing van mr. X van de…

Bekijk alle 10 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.