Artikel 106 Wet op het notarisambt

Lid 1

Indien het betreft een klacht tegen een notaris van zeer ernstige aard, dan wel indien er kennelijk gevaar bestaat voor benadeling van derden, en de voorzitter van de kamer voor het notariaat een ernstig vermoeden heeft ten aanzien van de gegrondheid van de klacht of van de benadeling, kan hij bij wijze van ordemaatregel de onmiddellijke schorsing in de uitoefening van het ambt gelasten of een andere voorlopige voorziening treffen, ten hoogste voor de duur van de behandeling van de klacht. Artikel 27, eerste lid, tweede tot en met viifde volzin, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

Indien de kamer voor het notariaat uiteindelijk de klacht niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart of een andere maatregel dan schorsing oplegt, vervalt de ordemaatregel van rechtswege. Spreekt de kamer de schorsing uit, dan kan zij bij de bepaling van de termijn rekening houden met de duur van de schorsing bij wege van ordemaatregel.

Lid 3

Indien een klacht overeenkomstig het eerste lid aan de voorzitter van de kamer voor het notariaat ter kennis is gebracht, beslist hij binnen veertien dagen. In overige gevallen beslist hij binnen veertien dagen na verhoor of behoorlijke oproeping van de notaris. De kamer voor het notariaat kan deze termijn ten hoogste eenmaal verlengen met eenzelfde termijn.

Lid 4

Op verzoek van de betrokken notaris kan de voorzitter van de kamer voor het notariaat te allen tijde de op grond van het eerste lid opgelegde schorsing of voorlopige voorziening opheffen. Hij beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de notaris en de klager.

Lid 5

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd notaris en de kandidaat-notaris, met dien verstande dat de voorzitter van de kamer voor het notariaat hen bij wijze van ordemaatregel de onmiddellijke ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen of opschorting van de toevoeging kan gelasten, alsmede, in geval van waarneming door de toegevoegd notaris of kandidaat-notaris, de onmiddellijke schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 106 Wna is sinds 2008 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:413 — 22-02-2022 Hof Amsterdam
    Hoger beroep notaris tegen (1) voorzittersbeslissing tot schorsing notaris wegens faillissement praktijkvennootschap en (2) daaropvolgende beslissing van de kamer tot bekrachtiging van de schorsing. Is art. 26 lid 1 sub d Wna alleen van toepassing bij persoonlijk faillissement…
  • ECLI:NL:GHAMS:2021:486 — 23-03-2021 Hof Amsterdam
    Notaris stelt beroep in tegen de beslissing van de kamer met betrekking tot de bekrachtiging van een ordemaatregel. De notaris stelt dat de kamer in de beslissing tot schorsing had moeten bepalen dat de notaris nog wel bevoegd zou zijn geweest tot het verrichten van…
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:137 — 14-01-2020 Hof Amsterdam
    Klacht tegen een notaris. Negatieve bewaringspositie. Afwijking van uitgangspunt dat inbreuk op bewaringsplicht in beginsel leidt tot ontzetting uit het ambt. Welke werkzaamheden mag een notaris die in de uitoefening van zijn ambt is geschorst, nog verrichten?
  • ECLI:NL:GHAMS:2018:166 — 23-01-2018 Hof Amsterdam
    Klacht tegen een notaris. Volgens klagers had de notaris o.m. haar diensten moeten weigeren omdat sprake was van schending van een contractueel recht van een derde en heeft de notaris de schijn van partijdigheid gewekt. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is…
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:3096 — 01-08-2017 Hof Amsterdam
    Hoger beroep van een oud-notaris tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer waarbij mr. X als waarnemer is benoemd van het protocol van de oud-notaris. Het beroep heeft betrekking op het vastgestelde honorarium van mr. X en op de ontheffing van mr. X van de…

Bekijk alle 20 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.