Artikel 99a Wet op het notarisambt

3 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

De voorzitter van de kamer voor het notariaat kan naar aanleiding van een klacht een vooronderzoek gelasten naar een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris, na afloop waarvan verslag wordt uitgebracht aan de kamer. Het Bureau ontvangt een afschrift van het verslag en alle daarbij behorende stukken.

Lid 2

De voorzitter kan het verrichten van het vooronderzoek opdragen aan de plaatsvervangend voorzitter, een of meer leden of plaatsvervangende leden van de kamer, aan de secretaris of plaatsvervangend secretaris, alsmede aan personen die werkzaam zijn bij het Bureau of andere deskundigen.

Lid 3

De voorzitter bepaalt de omvang van het vooronderzoek. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan de in de klacht vermelde feiten. De voorzitter van de kamer kan de vooronderzoeker aanwijzingen geven.

Lid 4

Op het vooronderzoek en de in het tweede lid bedoelde personen zijn artikel 111a, tweede lid, alsmede de artikelen 5:13 tot en met 5:18 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Lid 5

Het bestuur van de KNB is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde vooronderzoek en de in het tweede lid bedoelde personen.

Lid 6

Ten behoeve van het verrichten van het vooronderzoek door de aangewezen personen, bedoeld in het tweede lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.

Lid 7

Bij het verrichten van vooronderzoek wordt een afschrift van de last tot het verrichten van het onderzoek zo mogelijk aan de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris getoond.

Lid 8

De vooronderzoeker stelt de klager en de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in de gelegenheid te worden gehoord.

Lid 9

De betrokkene is niet verplicht ten behoeve van het vooronderzoek verklaringen omtrent zijn onderzochte handelen of nalaten af te leggen. Voor het horen wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.

Lid 10

Indien de klacht is ingediend door het Bureau, wordt het vooronderzoek niet opgedragen aan degenen die betrokken waren bij de uitoefening van het toezicht dat aanleiding gaf tot de indiening van de klacht.

Lid 11

De plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid van de kamer dat vooronderzoek in een zaak heeft verricht, neemt op straffe van nietigheid van de beslissing van de kamer geen deel aan de behandeling van die zaak door de kamer.

Lid 12

De voorzitter kan het vooronderzoek te allen tijde opschorten of beëindigen.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 99a Wna is sinds 2015 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:6 — 07-01-2020 Hof Amsterdam
    klacht tegen een notaris. Niet voor passeren versturen van concept testament. Onzorgvuldig gehandeld met betrekking tot toetsing wilsbekwaamheid. Geen afschrift testament verzenden na passeren. De kamer heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard zonder oplegging van een…
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2834 — 19-07-2016 Hof Amsterdam
    Het BFT heeft in opdracht van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer onderzoek gedaan naar de mogelijke betrokkenheid van de oud-notaris bij hypotheekfraude en/of twijfelachtige ABC-transacties over het tijdvak 2004-2007. In totaal heeft het BFT vijftien transacties…
  • ECLI:NL:GHAMS:2015:2270 — 16-06-2015 Hof Amsterdam
    De KNB maakt de notaris die deelneemt aan de Hema-notarisservice de navolgende tuchtrechtelijke verwijten: 1. de notaris kan onvoldoende regie, zeggenschap en toezicht uitoefenen; 2. de notaris overtreedt zijn geheimhoudingsplicht; 3. de notaris schendt zijn zorgplicht; 4. aan…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.