Artikel 21 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Lid 1

De arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet bestaat achtereenvolgens uit een loondervingsuitkering, waarvoor het dagloon als maatstaf geldt en een vervolguitkering, waarvoor het vervolgdagloon als maatstaf geldt.

Lid 2

De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag, de zaterdagen en zondagen niet meegerekend, bij een arbeidsongeschiktheid van:

15-25%

14%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

25-35%

21%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

35-45%

28%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

45-55%

35%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

55-65%

42%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

65-80%

50,75%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

80% of meer

75%

van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon

Lid 3

Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt, zoveel doenlijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden.

Wordt genoemd in: