Artikel 18 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Lid 1
Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.
Lid 2
Degene die op en sedert het tijdstip dat zijn verzekering een aanvang neemt, reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van het eerste lid, wordt voor wat de door hem aan deze wet te ontlenen aanspraken betreft als geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt aangemerkt, indien hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen soortgelijke personen, die in dezelfde mate arbeidsongeschikt zijn in de zin van het eerste lid, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. De eerste zin blijft buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft genoten, behoudens voorzover het betreft gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid, die bestond op de dag, voorafgaande aan de eerste dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.
Lid 3
Indien de bij de aanvang van de verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid naderhand is afgenomen vindt het tweede lid vervolgens overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid is afgenomen.
Lid 4
Het tweede en derde lid vinden geen toepassing indien bij de aanvang van de verzekering de betrokkene uit hoofde van een vroegere verzekeringsperiode reeds een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt.
Lid 5
In het eerste en tweede lid wordt onder de eerstgenoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
Lid 6
Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen.
Lid 7
Vervallen.
Lid 8
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
Lid 9
De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Lid 10
Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 18 WAO is sinds 1998 in 44 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. 's-Gravenhage en Rb. Almelo.
- ECLI:NL:HR:2020:322 — 21-02-2020 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Schuldsaneringsregeling, verrekening (art. 307 lid 1 Fw). Besluit tot toekenning van WAO-uitkering. Verrekening door uitkerende instantie. Moment waarop schuld van uitkerende instantie aan uitkeringsgerechtigde ontstaat. - ECLI:NL:CRVB:2022:972 — 28-04-2022 CRvB
Anticumulatie. WAO-uitkering terecht verlaagd en teruggevorderd in verband met inkomsten uit werk als zelfstandige. Het Uwv is terecht uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst over de jaren 2012 tot en met 2016. WAO-uitkering terecht ingetrokken en teruggevorderd na… - ECLI:NL:CRVB:2021:3339 — 30-12-2021 CRvB
Raadslidvergoeding. Anticumulatie. Geen aanleiding art. 44 WAO buiten toepassing te laten. Toepassing van artikel 44 van de WAO is in dit geval niet in strijd met het in art. 5, lid 1 en 2, in samenhang met art. 29, aanhef en onder b van het VN-Gehandicaptenverdrag neergelegde… - ECLI:NL:CRVB:2020:3496 — 31-12-2020 CRvB
Hennepkwekerij. Zoals ter zitting is vastgesteld is in geschil welke verdiensten appellante over de aan de onmanteling voorafgaande periode uit de kwekerij heeft gehad. Onder verwijzing naar de door het Uwv aangehaalde uitspraak is er geen gehoudenheid om de feitenvaststelling… - ECLI:NL:CRVB:2016:866 — 11-03-2016 CRvB
Terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering. Gelet op de hoogte van haar inkomsten uit het pgb van haar echtgenoot kon het betrokkene redelijkerwijs duidelijk zijn dat zij teveel uitkering ontving. Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.