Uitspraken over Artikel 3 Successiewet 1956
Art. 3 SW1956 is sinds 1995 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Hoge Raad.
Pagina 1 van 1 — 4 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:HR:1995:AA1548 — 18-10-1995 Hoge Raad Bestuursrecht
- - ECLI:NL:GHSHE:2024:2117 — 28-06-2024 Hof 's-Hertogenbosch Bestuursrecht
De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd en tevens een vergrijpboete opgelegd. Het hof is van oordeel dat de inspecteur partieel beschikt over een nieuw feit. Verder acht het hof aannemelijk dat erflater op enig moment in de periode… - ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4952 — 18-04-2007 Hof 's-Hertogenbosch Bestuursrecht
Het geschil betreft in de eerste plaats het antwoord op de vraag of het Europese recht de woonplaatsfictie van artikel 3, eerste lid, van de SW buiten werking stelt. Belanghebbende is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De Inspecteur is de… - ECLI:NL:GHAMS:2004:AO6987 — 02-04-2004 Hof Amsterdam Bestuursrecht
Een aan een schenking klevend voorwaardelijk karakter als gevolg van een opschortende voorwaarde staat er niet aan in de weg dat de schenking tot stand komt op moment van overeenkomst. Woonplaatsfictie van artikel 3, eerste lid, Successiewet is niet in strijd met artikel 73D,…
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.