Artikel 12 Successiewet 1956
Lid 1
Al wat binnen 180 dagen aan het overlijden voorafgegaan is geschonken door een erflater, die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Al wat wordt verkregen krachtens een schenking die tot stand is gekomen na het overlijden van de schenker, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.
Lid 2
Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
Het in het eerste lid, eerste zin, bepaalde is niet toepasselijk op schenkingen:
als bedoeld in artikel 33, onderdelen 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° en 12° en, voor zover het een schenking betreft waarvoor de verhoogde vrijstelling geldt, 5°;
waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden op grond van artikel 67.