Artikel 38r Wet loonbelasting 1964

Lid 1

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 220e, eerste lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet, of artikel 214d, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt in afwijking in zoverre van artikel 18a, eerste lid, de maximale premie per dienstjaar bepaald aan de hand van de volgende tabel.

Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar

bedraagt de premie ten hoogste het volgende percentage van de pensioengrondslag

15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is

19,0%

20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is

19,8%

25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is

21,0%

30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is

22,6%

35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is

24,4%

40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is

26,4%

45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is

28,6%

50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is

31,0%

55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is

33,8%

60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is

37,0%

65 jaar of ouder is

40,0%

De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.

Lid 2

De in het eerste lid opgenomen premiepercentages worden, indien toepassing van artikel 18a, zesde of zevende lid, leidt tot een wijziging van het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste zin wordt bekendgemaakt ten minste drie kalenderjaren voordat deze toepassing vindt en wordt bepaald door de premiepercentages, genoemd in het eerste lid, te herijken op basis van het rendement dat wordt gehanteerd voor de toepassing van artikel 18a, zesde lid.

Lid 3

Een verhoging of een verlaging van de percentages, genoemd in het eerste lid, als gevolg van toepassing van het tweede lid, werkt niet terug voor dienstjaren voor het tijdstip van die verhoging of verlaging.

Lid 4

Indien in enig jaar minder premie in aanmerking is genomen dan mogelijk was op grond van het eerste lid, kan het niet in aanmerking genomen bedrag alsnog in aanmerking worden genomen, voor zover dit niet in een eerder jaar op grond van dit lid in aanmerking is genomen.

Lid 5

Artikel 18a, derde lid, vijfde zin, is van overeenkomstige toepassing voor de situatie waarin een lager percentage per dienstjaar wordt toegepast dan de percentages, genoemd in de tabel in het eerste lid.