Artikel 28a Wet loonbelasting 1964
Lid 1
Bij ministeriële regeling wordt bepaald van welke gegevens opgave wordt verlangd in geval van een onjuiste of onvolledige aangifte en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop, de vorm waarin en de termijnen waarbinnen die gegevens worden verstrekt.
Lid 2
De inhoudingsplichtige of gewezen inhoudingsplichtige is gehouden, al dan niet op verzoek van de inspecteur, door middel van een correctiebericht de juiste en volledige gegevens, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken indien:
hij in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
de inspecteur in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
hij binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en:
die aangifte niet is hersteld;
de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken;
de inspecteur binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en:
die aangifte niet is hersteld;
de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken.
Lid 3
Een correctiebericht als bedoeld in het tweede lid is geen bezwaarschrift in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Lid 4
Indien bij de aangifte een correctiebericht is ingediend en het saldo van de te betalen belasting van de aangifte en het correctiebericht positief is, is de inhoudingsplichtige, in zoverre in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, gehouden dit saldo aan de ontvanger te betalen. Voorzover het bedrag van het correctiebericht in mindering wordt gebracht op de bij de aangifte te betalen belasting, wordt belastingrente vergoed overeenkomstig hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De inspecteur stelt het bedrag van de belastingrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Lid 5
Bij toepassing van het vorige lid wordt een betaling zoveel mogelijk toegerekend aan het correctiebericht.
Lid 6
Voor toepassing van de artikelen 20, 67c en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt met geheel of gedeeltelijk niet betaald zijn van belasting die op aangifte behoort te worden afgedragen gelijkgesteld het geval waarin naar aanleiding van een ingediend correctiebericht te veel is gesaldeerd of teruggegeven.
Lid 7
In aanvulling op artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervalt, indien te veel is gesaldeerd, de bevoegdheid tot naheffing door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de saldering heeft plaatsgevonden.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 28a LB1964 is sinds 2011 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Breda.
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1412 — 24-04-2024 Hof 's-Hertogenbosch
Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Belanghebbende heeft in de aangifte loonheffingen over het tijdvak december 2017 op collectief niveau de premiekorting arbeidsgehandicapte medewerker toegepast en op nominatief niveau de indicatie premiekorting oudere werknemers aangevinkt… - ECLI:NL:GHDHA:2023:2709 — 20-09-2023 Hof Den Haag
Art. 6:9 en 6:11 Awb. Art. 28a, lid 3, Wet LB 1964. Ontvankelijkheid. Tijdige verzending bezwaarschriften niet aannemelijk. Een correctiebericht voor de loonheffing is geen bezwaarschrift. - ECLI:NL:GHDHA:2022:1647 — 06-07-2022 Hof Den Haag
Art. 28 en 28a Wet LB 1964; Regeling gegevensuitvraag loonaangifte; art. 6.2 Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl); art. 4:5 Awb. Overgangsrecht. De Inspecteur heeft terecht de tegemoetkoming loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer afgewezen nu belanghebbende niet aan de… - ECLI:NL:GHDHA:2018:752 — 03-04-2018 Hof Den Haag
Chauffeurs, pakketbezorgers voor in hoofdzaak één opdrachtgever, zijn geen vennoot in een vof omdat zij niet op voet van gelijkwaardigheid samenwerken met de vennoten in de vof. Zij zijn evenmin op andere grond aan te merken als ondernemer. Een uitzendovereenkomst kan niet… - ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5787 — 08-07-2011 Rb. Breda
Rechtsingang bij betaling op correctieberichten. Cataloguswaarde ter bepaling van het loon ter zake van privégebruik auto. Belanghebbende heeft een van oorsprong uit het buitenland afkomstige auto ter beschikking gesteld aan haar directeur-groot aandeelhouder. Voor de berekening…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.