Artikel 28 Wet loonbelasting 1964

Lid 1

De inhoudingsplichtige is gehouden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, waaronder regels inzake de wijze waarop:

  1. van de werknemer opgave te verlangen van gegevens waarvan de kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn;

  2. de in onderdeel a bedoelde gegevens door te geven aan een andere inhoudingsplichtige;

  3. een loonadministratie te voeren en daarbij de gegevens te administreren met betrekking tot de bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en verstrekkingen welke ingevolge artikel 11 niet tot het loon behoren;

  4. aan de inspecteur opgave te verstrekken van de bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en na overleg met het Centraal Bureau voor de Statistiek, te bepalen gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waaronder gegevens ten behoeve van de doelen van de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a, d en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  5. aan de werknemer opgave te verstrekken van het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon, de op dat loon ingehouden belasting en premie voor de volksverzekeringen, de op dat loon ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de over dat loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de bij de toepassing van de loonbelastingtabellen, bedoeld in artikel 25, tweede lid, met de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen verrekende arbeidskorting;

  6. van de werknemer die loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet vast te stellen de identiteit aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en – zo de werknemer een vreemdeling is in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 en niet behoort tot de categorie werknemers die op grond van overeenkomsten van internationaal recht is uitgezonderd van de verplichting tot het hebben van een geldige verblijfsvergunning als bedoeld in die wet en een geldige tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen – tevens de verblijfsrechtelijke status ter zake van het verrichten van arbeid aan de hand van een geldige verblijfsvergunning of aan de hand van een geldige tewerkstellingsvergunning, alsmede van een en ander de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen;

  7. ingeval de inspecteur hem bij voor bezwaar vatbare beschikking daartoe heeft verplicht, voor de datum van aanvang van de werkzaamheden van een werknemer aan de inspecteur opgave te verstrekken van gegevens waarvan kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn (eerstedagsmelding), met dien verstande dat indien de dienstbetrekking is overeengekomen op de datum waarop de werkzaamheden aanvangen, de eerstedagsmelding wordt gedaan voor de aanvang van de werkzaamheden;

  8. mededeling aan de inspecteur te doen omtrent het einde van zijn inhoudingsplicht.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de werknemer die niet in Nederland woont en die werkzaamheden verricht of heeft verricht in een in artikel 2, derde lid, genoemde dienstbetrekking, indien het heffingrecht over het loon uit die dienstbetrekking op grond van een belastingverdrag niet aan Nederland is toegewezen en de werknemer niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen.

Recente uitspraken

Art. 28 LB1964 is sinds 2009 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Den Haag en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1647 — 06-07-2022 Hof Den Haag
    Art. 28 en 28a Wet LB 1964; Regeling gegevensuitvraag loonaangifte; art. 6.2 Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl); art. 4:5 Awb. Overgangsrecht. De Inspecteur heeft terecht de tegemoetkoming loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer afgewezen nu belanghebbende niet aan de…
  • ECLI:NL:GHDHA:2018:752 — 03-04-2018 Hof Den Haag
    Chauffeurs, pakketbezorgers voor in hoofdzaak één opdrachtgever, zijn geen vennoot in een vof omdat zij niet op voet van gelijkwaardigheid samenwerken met de vennoten in de vof. Zij zijn evenmin op andere grond aan te merken als ondernemer. Een uitzendovereenkomst kan niet…
  • ECLI:NL:GHSHE:2010:BP4013 — 16-09-2010 Hof 's-Hertogenbosch
    Belanghebbende is door de ontvanger aansprakelijk gesteld voor de door een uitzendbureau niet betaalde naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen. Belanghebbende heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de ontvanger niet alle op de zaak…
  • ECLI:NL:GHAMS:2009:BI3638 — 23-04-2009 Hof Amsterdam
    Belanghebbende drijft een uitzendbureau waarbij personeel wordt ingezet bij andere ondernemingen voor schoonmaakwerkzaamheden, catering en groenvoorziening. Aan haar is een naheffingsaanslag loonbelasting naar het anoniementarief en een vergrijpboete opgelegd omdat volgens de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1704 — 01-04-2009 Hof Amsterdam
    Aan BV X is een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. Het Hof acht aannemelijk dat bij X BV andere personen hebben gewerkt dan de personen die bij haar in de loonadministratie geregistreerd staan. Uit de loonadministratie kan dan niet worden afgeleid wie voor belanghebbende…

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.