Art. 3:305d Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Het gerechtshof Den Haag kan op verzoek van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens haar statuten tot taak heeft de bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen:

  1. bevelen dat degene die een overtreding pleegt van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij de Wet handhaving consumentenbescherming, die overtreding staakt;

  2. bevelen dat een gedragscode die een handelen in strijd met de artikelen 193a tot en met 193i van Boek 6 bevordert door de houder van die gedragscode, bedoeld in artikel 193a, onder i, van Boek 6, wordt aangepast;

  3. de houder van de gedragscode die het handelen in strijd met de artikelen 193a tot en met 193i van Boek 6 bevordert, veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, bedoeld in de onderdelen a en b. Indien er sprake is van een misleidende handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 193c tot en met 193g van Boek 6, kan het gerechtshof op verzoek van de handelaar tevens veroordelen tot rectificatie van de informatie. De openbaarmaking of rectificatie geschiedt op een door het gerechtshof te bepalen wijze en op kosten van de door het gerechtshof aan te geven partij of partijen.

Lid 2

Artikel 305a lid 3, onderdeel (c), is van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid.

Lid 3

Het gerechtshof behandelt het verzoek onverwijld.

Lid 4

Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door het gerechtshof Den Haag beslist.

Recente uitspraken

Art. 3:305d BW is sinds 2009 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Hof 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1961 — 05-07-2022 Hof Amsterdam
    Toezichthoudersaansprakelijkheid; Europese en Nationale consumentenbescherming; Zijn AFM en Staat aansprakelijk jegens beleggers wegens onvoldoende toezicht op grond van Wft, Whc en Europese Verordening en richtlijnen?
  • ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4880 — 07-04-2009 Hof 's-Gravenhage
    Wet handhaving consumentenbescherming. Vordering van Consumentenautoriteit ex art. 3:305d BW. Inbreuk door reisorganisator op art. 7:512 lid 1 BW. Verzoekschrifprocedure in eerste aanleg.
  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4577 — 13-05-2026 Rb. Amsterdam
    De rechtbank stelt in dit vonnis vast dat zij bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van de stichtingen op Apple ten behoeve van alle in Nederland wonende of gevestigde gebruikers van in de App Store gekochte apps. De rechtbank is niet bevoegd voor de ingestelde…
  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5252 — 16-08-2023 Rb. Amsterdam
    Collectieve actie van drie claimstichtingen tegen vennootschappen van Stellantis-concern, General Motors en Nederlandse autodealers over vermeende ‘sjoemelsoftware’ in dieselvoertuigen van de automerken Peugeot, Citroën en Opel. Eerste fase van de procedure. De rechtbank heeft…
  • ECLI:NL:RBOVE:2023:2974 — 26-07-2023 Rb. Overijssel
    Intellectuele Eigendom: inbreuk op auteursrecht dan wel slaafse nabootsing? Geen auteursrechtelijk beschermd werk. Wapperverbod.

Bekijk alle 11 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.