Art. 3:316 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.
Lid 2
Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring slechts gestuit, indien binnen zes maanden, nadat het geding door het in kracht van gewijsde gaan van een uitspraak of op andere wijze is geëindigd, een nieuwe eis wordt ingesteld en deze alsnog tot toewijzing leidt. Wordt een daad van rechtsvervolging ingetrokken, dan stuit zij de verjaring niet.
Lid 3
De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een handeling, strekkende tot verkrijging van een bindend advies, mits van die handeling met bekwame spoed mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en zij tot verkrijging van een bindend advies leidt. Is dit laatste niet het geval, dan is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een ingestelde eis die niet tot toewijzing leidt, indien:
het scheidsgerecht zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1052, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan; of
de rechter zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1022, eerste lid, 1067 of 1074d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:316 BW is sinds 2000 in 502 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:231 — 13-02-2026 Hoge Raad
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW. - ECLI:NL:HR:2025:1764 — 28-11-2025 Hoge Raad
Europees mededingingsrecht. Lift- en roltrapkartel. Follow-on-vorderingen kartelschade, ingesteld door claimstichting; aanvang verjaringstermijn art. 3:310 BW; HvJEU 18 april 2024, C-605/21, ECLI:EU:C:2024:324 (Heureka/Google); geldt stuitinghandeling door rechtspersoon die… - ECLI:NL:HR:2025:1685 — 14-11-2025 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919. - ECLI:NL:HR:2024:1904 — 20-12-2024 Hoge Raad
Procesrecht. Dwangsommen. Verjaring. Stuiting. Art. 611g lid 1 Rv. Art. 3:324 lid 1 BW. Stuit door dwangsomschuldenaar aanhangig gemaakt executiegeschil verjaringstermijn van art. 611g lid 1 Rv? - ECLI:NL:HR:2024:1311 — 27-09-2024 Hoge Raad
Vermogensrecht. Verjaring. Collectieve actie op voet van art. 3:305a (oud) BW waarin verklaring voor recht is toegewezen. Geldt zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW t.a.v. op collectieve actie aansluitende individuele vorderingen tot schadevergoeding of begint daarvoor op…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.