Art. 3:315 Burgerlijk Wetboek Boek 3
De termijn van verjaring van een rechtsvordering tot opeising van een nalatenschap begint met de aanvang van de dag, volgende op die van het overlijden van de erflater.
Recente uitspraken
Art. 3:315 BW is sinds 2015 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2024:1904 — 20-12-2024 Hoge Raad
Procesrecht. Dwangsommen. Verjaring. Stuiting. Art. 611g lid 1 Rv. Art. 3:324 lid 1 BW. Stuit door dwangsomschuldenaar aanhangig gemaakt executiegeschil verjaringstermijn van art. 611g lid 1 Rv? - ECLI:NL:OGHACMB:2024:160 — 27-08-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Gerechtelijke vaststelling vaderschap. Vordering erfdeel. Verjaring. Gebaat. - ECLI:NL:GHSHE:2023:3681 — 07-11-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Executiegeschil. Beroep op verjaring dwangsommen faalt. - ECLI:NL:RBOVE:2025:5625 — 16-09-2025 Rb. Overijssel
Partijen zijn buren van elkaar. Zij hebben een geschil over beplantingen op en nabij de erfgrens. Zij willen over en weer dat bepaalde beplantingen van de ander verwijderd worden, althans dat deze tot de erfgrens teruggebracht worden. Daarnaast vragen beide partijen vergoeding… - ECLI:NL:RBGEL:2019:5455 — 24-10-2019 Rb. Gelderland
Verzoeker kan niet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 4:203 lid 1 onder b BW. In deze verzoekschriftenprocedure is niet komen vast te staan en kan ook niet komen vast te staan of verzoeker door verjaring eigenaar van de woning is geworden en evenmin of…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.