Art. 3:107 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Bezit is het houden van een goed voor zichzelf.
Lid 2
Bezit is onmiddellijk, wanneer iemand bezit zonder dat een ander het goed voor hem houdt.
Lid 3
Bezit is middellijk, wanneer iemand bezit door middel van een ander die het goed voor hem houdt.
Lid 4
Houderschap is op overeenkomstige wijze onmiddellijk of middellijk.
Recente uitspraken
Art. 3:107 BW is sinds 1997 in 464 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2020:1852 — 20-11-2020 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Goederenrecht. Kort geding tussen eigenaren buurpercelen over eigendom strook grond. Verwijzing naar kadastraal nummer in leveringsakte; vaststelling omvang kadastraal perceel aan de hand van kadastrale kaart. Verkrijgende verjaring (art. 3:99… - ECLI:NL:HR:2018:2304 — 14-12-2018 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Eigendomsverkrijging van een perceel grond door verjaring? Art. 3:105 BW. Bezit of houderschap? Art. 3:107 BW; art. 3:108 BW. - ECLI:NL:HR:2017:1268 — 07-07-2017 Hoge Raad
Goederenrecht. Verkrijgende verjaring van strook grond. Art. 3:107, 108 en 113 lid 2 BW. Verschaffing (voortgezet) bezit door rechtsvoorganger? Vereiste bezitsdaden voor inbezitneming. - ECLI:NL:HR:2017:309 — 24-02-2017 Hoge Raad
Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of… - ECLI:NL:HR:2007:AZ0614 — 26-01-2007 Hoge Raad
Beslag- en executierecht. Invorderingszaak, verklaringsprocedure na executoriaal derdenbeslag uit hoofde van dwangbevel (art. 476a Rv.) over de vraag of ten tijde van de beslaglegging een al dan niet toekomstige vordering van de geëxecuteerde op de derde-beslagene bestond;…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.