Art. 3:121 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Een bezitter die niet te goeder trouw is, is jegens de rechthebbende behalve tot afgifte van het goed ook verplicht tot het afgeven van de afgescheiden natuurlijke en de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten, onverminderd zijn aansprakelijkheid op grond van het in titel 3 van Boek 6 bepaalde voor door de rechthebbende geleden schade.
Lid 2
Hij heeft tegen de rechthebbende alleen een vordering tot vergoeding van de kosten die hij ten behoeve van het goed of tot winning van de vruchten heeft gemaakt, voor zover hij deze vergoeding van de rechthebbende kan vorderen op grond van het bepaalde omtrent ongerechtvaardigde verrijking.
Lid 3
Het in dit artikel bepaalde is ook op de bezitter te goeder trouw van toepassing vanaf het tijdstip waarop de rechthebbende zijn recht tegen hem heeft ingeroepen.
Recente uitspraken
Art. 3:121 BW is sinds 2008 in 31 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2019:506 — 05-04-2019 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Effectenleaseovereenkomst vernietigd wegens ontbreken toestemming echtgenote (art. 1:88 en 1:89 BW). Terugvordering betaalde bedragen. Ingangstijdstip wettelijke rente. Art. 6:205 BW; zijn de betalingen door Dexia te kwader trouw ontvangen? Vereisten. - ECLI:NL:HR:2017:1012 — 02-06-2017 Hoge Raad
Koopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492. Weigering eisvermeerdering na verwijzing, goede procesorde (art. 130 lid 2 Rv). Gevolgen van mededeling verpanding van vordering tot terugbetaling koopsom hangende… - ECLI:NL:HR:2010:BM8933 — 22-10-2010 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Uitleg inhoud opstalrecht. Vaststelling partijbedoeling op grond van notariële vestigingsakte aan de hand van objectieve uitlegmaatstaf. Verweer dat vestigingsakte afwijkt van daaraan ten grondslag liggende obligatoire overeenkomst gaf aanleiding aan de hand… - ECLI:NL:HR:2008:BC1856 — 15-02-2008 Hoge Raad
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van huwelijksgemeenschap over vergoeding aan de man van helft van overwaarde van de echtelijke woning die (gefinancierd met de opbrengst van eerdere woning) is opgericht op een perceel dat de vrouw had geërfd en… - ECLI:NL:GHDHA:2025:1745 — 11-08-2025 Hof Den Haag
Aanslag IB/PVV 2019. Het inkomen uit werk en woning is juist vastgesteld. Geen recht op schadevergoeding. Het beroep op verlenging dan wel stuiting van de verjaringstermijn slaagt niet.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.