Art. 3:117 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Een bezitter van een goed verliest het bezit, wanneer hij het goed kennelijk prijsgeeft, of wanneer een ander het bezit van het goed verkrijgt.
Lid 2
Zolang niet een der in het vorige lid genoemde gronden van bezitsverlies zich heeft voorgedaan, duurt een aangevangen bezit voort.
Recente uitspraken
Art. 3:117 BW is sinds 2006 in 55 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2012:BW4983 — 13-07-2012 Hoge Raad
Ten onrechte door openbaar ministerie aan bestolen eigenaar afgegeven auto zonder beslissing rechtbank op door koper ex art. 552a Sv. ingediend klaagschrift af te wachten. Staat niet verplicht tot schadevergoeding nu eigenaar terecht beroep op art. 3:86 lid 3 BW doet (HR 25 juni… - ECLI:NL:OGHACMB:2021:270 — 27-07-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
toe-eigening van grond. Verjarende situatie. - ECLI:NL:GHAMS:2026:2622 — 15-09-2026 Hof Amsterdam
Geïntimeerde sub 1 is een verhuurder van woningen en geïntimeerde sub 2 een deurwaarderskantoor. Volgens appellant hebben zij bij de gedwongen ontruiming van zijn woning onvoldoende rekening gehouden met zijn gerechtvaardigde belangen. Al zijn spullen zijn afgevoerd en… - ECLI:NL:GHARL:2025:6688 — 28-10-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Burenrecht. Geen bezit stuk grond, want niet ondubbelzinnig als eigenaar van stuk grond gedragen. Sprake van houderschap. Beroep op verjaring slaagt niet. - ECLI:NL:GHSHE:2025:349 — 11-02-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Beroep op zowel de verkrijgende als bevrijdende verjaring faalt.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.