Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 23
Handleiding en wijziging van bijlage I
De Commissie stelt een handleiding op met de gegevens die de lidstaten overeenkomstig artikel 31 hebben verstrekt en met de geldende overeenkomsten of regelingen overeenkomstig artikel 29, lid 3, en werkt die handleiding op gezette tijden bij. Zij maakt de handleiding elektronisch beschikbaar, met name via het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken en op het Europees e-justitieportaal.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I om de daarin opgenomen formulieren bij te werken of technisch aan te passen.
Artikel 24
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
De in artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 22 december 2020. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
Een op grond van artikel 23, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 25
Vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot invoering van het gedecentraliseerde IT-systeem, waarbij de volgende zaken worden geregeld:
de technische specificatie ter bepaling van de methoden voor communicatie langs elektronische weg ten behoeve van het gedecentraliseerde IT-systeem;
de technische specificaties voor communicatieprotocollen;
de doelstellingen inzake informatiebeveiliging en relevante technische maatregelen ter waarborging van minimumnormen voor informatiebeveiliging voor het verwerken en verstrekken van informatie binnen het gedecentraliseerde IT-systeem;
de minimumbeschikbaarheidsdoelstellingen en mogelijke daarmee verband houdende technische vereisten voor de door het gedecentraliseerde IT-systeem verstrekte diensten;
het instellen van een uit vertegenwoordigers van de lidstaten bestaande stuurgroep die de exploitatie en het onderhoud van het gedecentraliseerde IT-systeem moet waarborgen om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken.
De in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op 23 maart 2022 vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 26
Comitéprocedure
De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 27
Referentie-implementatiesoftware
De Commissie is verantwoordelijk voor het creëren, onderhouden en verder ontwikkelen van referentie-implementatiesoftware die de lidstaten eventueel in de plaats van een nationaal IT-systeem als back-endsysteem wensen te gebruiken. Het creëren, onderhouden en verder ontwikkelen van de referentie-implementatiesoftware worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie.
De Commissie levert, onderhoudt en ondersteunt de implementatie van de aan de toegangspunten onderliggende softwarecomponenten kosteloos.
Artikel 28
Kosten van het gedecentraliseerde IT-systeem
Elke lidstaat draagt de kosten van de installatie, de exploitatie en het onderhoud van zijn toegangspunten waardoor de nationale IT-systemen in het kader van het gedecentraliseerde IT-systeem zijn verbonden.
Elke lidstaat draagt de kosten in verband met het zodanig invoeren en aanpassen van zijn nationale IT-systemen dat deze interoperabel zijn met de toegangspunten, en draagt de kosten van het beheer, de exploitatie en het onderhoud van die systemen.
De leden 1 en 2 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid van de lidstaten om in het kader van de financiële programma’s van de Unie subsidies aan te vragen ter ondersteuning van de in die leden bedoelde activiteiten.
Artikel 29
Verband met overeenkomsten of regelingen tussen lidstaten
In de betrekkingen tussen de lidstaten die partij zijn bij bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen, met name bij het Verdrag van Den Haag van 1 maart 1954 betreffende de burgerlijke rechtsvordering en het Verdrag van Den Haag van 18 maart 1970 inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken, heeft deze verordening voor de aangelegenheden waarop zij van toepassing is voorrang op andersluidende bepalingen van die overeenkomsten of regelingen.
Deze verordening belet lidstaten niet overeenkomsten of regelingen te behouden of te sluiten om de bewijsverkrijging verder te vergemakkelijken, mits die overeenkomsten of regelingen met deze verordening verenigbaar zijn.
Elke lidstaat verzendt het volgende aan de Commissie:
een exemplaar van elke in lid 2 bedoelde tussen de lidstaten gesloten overeenkomst of regeling, alsook ontwerpen van dergelijke overeenkomsten of regelingen die hij zich voorneemt vast te stellen, en
elke opzegging of wijziging van die overeenkomsten of regelingen.
Artikel 30
Bescherming van verzonden gegevens
Elke verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening, met inbegrip van de uitwisseling of doorgifte van persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten, geschiedt conform Verordening (EU) 2016/679.
Elke uitwisseling of doorgifte van gegevens door de bevoegde autoriteiten van de Unie geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725.
Persoonsgegevens die niet relevant zijn voor de behandeling van een specifiek geval, worden onmiddellijk gewist.
De uit hoofde van het nationale recht bevoegde autoriteit(en) wordt (worden) als verwerkingsverantwoordelijke(n) in de zin van Verordening (EU) 2016/679 beschouwd ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening.
Niettegenstaande de leden 1 en 2 worden de uit hoofde van deze verordening verzonden gegevens door het aangezochte gerecht alleen gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verzonden.
De aangezochte gerechten waarborgen dat dergelijke gegevens vertrouwelijk blijven overeenkomstig hun nationale recht.
De leden 3 en 4 doen geen afbreuk aan nationaal recht dat degenen wier gegevens het betreft, in staat stelt te worden ingelicht omtrent het gebruik van uit hoofde van deze verordening verzonden gegevens.
Deze verordening doet geen afbreuk aan Richtlijn 2002/58/EG.
Artikel 31
Mededelingen
De lidstaten delen de Commissie het volgende mee:
de op grond van artikel 3, lid 2, opgestelde lijst met vermelding van de territoriale en, indien van toepassing, de bijzondere bevoegdheid van de gerechten;
de namen en adressen van de centrale organen en bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen op grond van artikel 4, lid 3, met vermelding van hun territoriale bevoegdheid;
de technische middelen voor de ontvangst van verzoeken waarover de gerechten op de op grond van artikel 3, lid 2, opgestelde lijst beschikken;
de talen waarin verzoeken kunnen worden gesteld zoals bepaald in artikel 6.
De lidstaten delen de Commissie alle wijzigingen van de in lid 1 bedoelde gegevens mee.
Elke lidstaat deelt de Commissie de nadere gegevens mee van de andere autoriteiten die bevoegd zijn om bewijs te verkrijgen met het oog op een gerechtelijke procedure in burgerlijke en handelszaken. De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van wijzigingen in die nadere gegevens.
De lidstaten kunnen de Commissie ervan in kennis stellen dat zij het gedecentraliseerde IT-systeem eerder kunnen exploiteren dan bij deze verordening vereist. De Commissie stelt dergelijke informatie elektronisch ter beschikking, met name via het Europees e-justitieportaal.
Artikel 32
Monitoring
Uiterlijk op 2 juli 2023 stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor monitoring van de outputs, resultaten en effecten van deze verordening.
In het monitoringprogramma wordt aangegeven welke actie de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om de outputs, resultaten en effecten van deze verordening te monitoren. Daarin wordt vermeld wanneer de in lid 3 bedoelde gegevens voor het eerst moeten worden verzameld, met als uiterste datum 2 juli 2026, en met welke frequentie die gegevens daarna moeten worden verzameld.
De lidstaten verstrekken de Commissie met het oog op monitoring de volgende gegevens, indien beschikbaar:
het aantal gevallen waarin het verzoek om bewijsverkrijging langs een andere weg dan via het gedecentraliseerde IT-systeem is verzonden, overeenkomstig artikel 7, lid 4.
De referentie-implementatiesoftware en, indien zo uitgerust, het nationale back-endsysteem verzamelen programmagewijs de in lid 3, punten a) en b), bedoelde gegevens en zenden deze regelmatig toe aan de Commissie.
Artikel 33
Evaluatie
Uiterlijk vijf jaar na de datum met ingang waarvan artikel 7 overeenkomstig artikel 35, lid 3, van toepassing is voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit en doet zij over de belangrijkste bevindingen verslag aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, indien passend vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
De lidstaten verstrekken de Commissie de informatie die nodig is voor het opstellen van het in lid 1 bedoelde verslag.
Artikel 34
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1206/2001 wordt ingetrokken met ingang van de datum van toepassing van deze verordening, met uitzondering van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1206/2001, dat wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 35, lid 3, van deze verordening bedoelde datum van toepassing van artikel 7.
Elke verwijzing naar de ingetrokken verordening wordt gelezen als een verwijzing naar deze verordening en wordt gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage III.
Artikel 35
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2022.
Artikel 31, lid 3, is van toepassing met ingang van 23 maart 2022.
Artikel 7 is van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de in artikel 25 bedoelde uitvoeringshandelingen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.