Artikel 14 Bewijsverordening (EU) 2020/1783

Bewijsverkrijging in aanwezigheid van en met deelneming van vertegenwoordigers van het verzoekende gerecht

1.

De vertegenwoordigers van het verzoekende gerecht hebben het recht aanwezig te zijn bij de bewijsverkrijging door het aangezochte gerecht indien zulks verenigbaar is met het recht van de lidstaat van het verzoekende gerecht.

2.

Voor de toepassing van dit artikel omvat het begrip “vertegenwoordiger” het gerechtelijk personeel dat door het verzoekende gerecht is aangewezen overeenkomstig zijn nationale recht. Het verzoekende gerecht kan overeenkomstig zijn nationale recht tevens andere personen aanwijzen, zoals deskundigen.

3.

In zijn verzoek deelt het verzoekende gerecht het aangezochte gerecht met gebruikmaking van formulier A in bijlage I mee dat zijn vertegenwoordigers aanwezig zullen zijn en, in voorkomend geval, dat om hun deelneming aan de bewijsverkrijging wordt verzocht. Die mededeling kan ook op een ander geschikt tijdstip worden gedaan.

4.

Indien wordt verzocht om de deelneming van de vertegenwoordigers van het verzoekende gerecht aan de bewijsverkrijging, bepaalt het aangezochte gerecht overeenkomstig artikel 12 de voorwaarden waaronder zij mogen deelnemen.

5.

Het aangezochte gerecht stelt het verzoekende gerecht met gebruikmaking van formulier I in bijlage I in kennis van het tijdstip waarop en de plaats waar de bewijsverkrijging zal plaatsvinden, en, in voorkomend geval, van de voorwaarden waaronder zijn vertegenwoordigers aan de bewijsverkrijging mogen deelnemen.

Geconsolideerde tekst van 02-12-2020 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.