Artikel 9 Bewijsverordening (EU) 2020/1783
Ontvangst van verzoeken
Het aangezochte bevoegde gerecht stuurt het verzoekende gerecht binnen zeven dagen na de ontvangst van een verzoek een ontvangstbewijs, met gebruikmaking van formulier B in bijlage I. Indien het verzoek niet voldoet aan de in de artikelen 6 en 7 gestelde voorwaarden, maakt het aangezochte gerecht daarvan een aantekening in het ontvangstbewijs.
Indien het aangezochte gerecht niet bevoegdheid is om een verzoek uit te voeren dat met gebruikmaking van formulier A in bijlage I is ingediend en dat aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden voldoet, stuurt dat gerecht het verzoek door aan het wel bevoegde gerecht in dezelfde lidstaat en stelt het het verzoekende gerecht daarvan in kennis met gebruikmaking van formulier C in bijlage I.
Geconsolideerde tekst van 02-12-2020 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.