Artikel 32 Bewijsverordening (EU) 2020/1783

Monitoring

1.

Uiterlijk op 2 juli 2023 stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor monitoring van de outputs, resultaten en effecten van deze verordening.

2.

In het monitoringprogramma wordt aangegeven welke actie de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om de outputs, resultaten en effecten van deze verordening te monitoren. Daarin wordt vermeld wanneer de in lid 3 bedoelde gegevens voor het eerst moeten worden verzameld, met als uiterste datum 2 juli 2026, en met welke frequentie die gegevens daarna moeten worden verzameld.

3.

De lidstaten verstrekken de Commissie met het oog op monitoring de volgende gegevens, indien beschikbaar:

a) 

het aantal overeenkomstig artikel 7, lid 1, respectievelijk artikel 19, lid 1, verzonden verzoeken om bewijsverkrijging;

b) 

het aantal overeenkomstig artikel 12, respectievelijk artikel 19, lid 8, uitgevoerde verzoeken om bewijsverkrijging;

c) 

het aantal gevallen waarin het verzoek om bewijsverkrijging langs een andere weg dan via het gedecentraliseerde IT-systeem is verzonden, overeenkomstig artikel 7, lid 4.

4.

De referentie-implementatiesoftware en, indien zo uitgerust, het nationale back-endsysteem verzamelen programmagewijs de in lid 3, punten a) en b), bedoelde gegevens en zenden deze regelmatig toe aan de Commissie.

Geconsolideerde tekst van 02-12-2020 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.