Artikel 3 Bewijsverordening (EU) 2020/1783

Rechtstreekse verzending tussen gerechten

1.

Verzoeken uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), worden door het gerecht waarvoor de procedure reeds aanhangig of voorgenomen is (“verzoekend gerecht”) rechtstreeks aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat (“aangezocht gerecht”) gezonden met het oog op de bewijsverkrijging.

2.

Elke lidstaat stelt een lijst op van de gerechten die tot bewijsverkrijging overeenkomstig deze verordening bevoegd zijn. In de lijst worden ook de territoriale en, in voorkomend geval, de bijzondere bevoegdheid van die gerechten aangegeven.

Geconsolideerde tekst van 02-12-2020 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.