Afdeling 2. Ontvangst van verzoeken

Artikel 9

Ontvangst van verzoeken

1.

Het aangezochte bevoegde gerecht stuurt het verzoekende gerecht binnen zeven dagen na de ontvangst van een verzoek een ontvangstbewijs, met gebruikmaking van formulier B in bijlage I. Indien het verzoek niet voldoet aan de in de artikelen 6 en 7 gestelde voorwaarden, maakt het aangezochte gerecht daarvan een aantekening in het ontvangstbewijs.

2.

Indien het aangezochte gerecht niet bevoegdheid is om een verzoek uit te voeren dat met gebruikmaking van formulier A in bijlage I is ingediend en dat aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden voldoet, stuurt dat gerecht het verzoek door aan het wel bevoegde gerecht in dezelfde lidstaat en stelt het het verzoekende gerecht daarvan in kennis met gebruikmaking van formulier C in bijlage I.

Artikel 10

Onvolledige verzoeken

1.

Indien een verzoek niet kan worden uitgevoerd omdat het niet alle in artikel 5 vermelde gegevens bevat, stelt het aangezochte gerecht het verzoekende gerecht daar onverwijld en uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek van in kennis met gebruikmaking van formulier D in bijlage I, en verzoekt het het verzoekende gerecht de ontbrekende gegevens, waarvan zo nauwkeurig mogelijk opgave wordt gedaan, toe te zenden.

2.

Indien een verzoek niet kan worden uitgevoerd omdat om een deposito of voorschot is verzocht overeenkomstig artikel 22, lid 3, stelt het aangezochte gerecht het verzoekende gerecht daarvan onverwijld en uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis met gebruikmaking van formulier D in bijlage I met vermelding van de wijze waarop het deposito of voorschot dient te worden overgemaakt. Het aangezochte gerecht bevestigt de ontvangst van het deposito of voorschot onverwijld en uiterlijk binnen tien dagen na ontvangst ervan met gebruikmaking van formulier E in bijlage I.

Artikel 11

Aanvulling van het verzoek

1.

Indien het aangezochte gerecht op grond van artikel 9, lid 1, op het ontvangstbewijs aantekent dat het verzoek niet voldoet aan de in de artikelen 6 en 7 gestelde voorwaarden, of indien het het verzoekende gerecht er op grond van artikel 10 van in kennis heeft gesteld dat het verzoek niet kan worden uitgevoerd omdat het niet alle in artikel 5 bedoelde gegevens bevat, vangt de in artikel 12 bedoelde termijn aan wanneer het aangezochte gerecht het correct aangevulde verzoek heeft ontvangen.

2.

Wanneer het aangezochte gerecht overeenkomstig artikel 22, lid 3, om een deposito of voorschot heeft verzocht, vangt de in artikel 12 bedoelde termijn aan wanneer het deposito of voorschot is gestort.