Artikel 177 Wegenverkeerswet 1994

Lid 1

Overtreding van de artikelen 5 en 107, eerste en tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Lid 2

Overtreding van:

  1. de artikelen 9, achtste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 32, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid, 47, 48, zevende lid, 60, eerste en tweede lid, 70i, eerste tot en met derde lid, 71, eerste lid, en de krachtens het tweede lid van dat artikel genoemde artikelen van een EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, 72, eerste en tweede lid, 110, 110b, 111a, tweede, derde en zevende lid, 119, vierde lid, 120, derde lid, 123b, vierde lid, 124, vierde lid, 124a, derde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 149aa, eerste lid, 150, tweede lid, 151c, eerste lid, 151ic, derde lid, 151id, derde lid, 151ii, vierde lid, artikel 151ij, tweede lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,

  2. het bepaalde ingevolge de artikelen 52c, derde lid, 70i, vierde lid en artikel 131, tweede lid, onderdeel b,

  3. de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover niet begrepen in artikel 176, vierde lid, en

  4. het bepaalde krachtens deze wet, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt,

wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

Lid 3

Overtreding van artikel 4aui wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 177 Wvw is sinds 2005 in 182 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:1577 — 06-10-2026 Hoge Raad
    Zich voordoen als verkeersregelaar, art. 58b Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht pleegplaats. 2. Strafoplegging. Voldoet opgelegde geldboete van € 500 aan strafmaximum? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt…
  • ECLI:NL:HR:2022:968 — 28-06-2022 Hoge Raad
    Rijden met valse Belgische kentekenplaten (art. 41.1.d WVW 1994) en met rijbewijs waarvan geldigheidsduur is verstreken (art. 107.2 WVW 1994). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep v.zv. gericht tegen overtreding, art. 427.2.a Sv. 2. Bewijs- en kwalificatieklacht. Kan alleen sprake…
  • ECLI:NL:HR:2022:399 — 22-03-2022 Hoge Raad
    Niet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Bevat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een bevelsbevoegdheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108 over het vereiste van een uitdrukkelijke “bevelsbevoegdheid”. Blijkens de bewezenverklaring en de kwalificatie heeft hof…
  • ECLI:NL:HR:2019:1146 — 09-07-2019 Hoge Raad
    Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Was rijbewijs verdachte op pleegdatum ongeldig? 2. Is na ongeldigverklaring rijbewijs geen ander rijbewijs afgegeven aan verdachte? 3. Kan uit omstandigheid dat besluit tot…
  • ECLI:NL:HR:2017:838 — 09-05-2017 Hoge Raad
    Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 62 RVV…

Bekijk alle 182 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.