ECLI:NL:HR:2026:1577

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
24/04685
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zich voordoen als verkeersregelaar, art. 58b Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht pleegplaats. 2. Strafoplegging. Voldoet opgelegde geldboete van € 500 aan strafmaximum? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsmiddelen die hof in zijn arrest heeft opgenomen kan niet worden opgemaakt dat feit is gepleegd in A (op rijksweg). Het is de vraag of dat tot cassatie moet leiden. Een blik over papieren muur leert dat in p-v overtreding (dat hof als b.m. heeft gebruikt) als pleegplaats staat opgenomen: A (op rijksweg). Gelet hierop zal vernietiging van arrest en terugwijzing naar hof niet tot andere uitkomst leiden, zodat verdachte geen belang heeft bij cassatie, in aanmerking genomen dat uit verhandelde ttz. in hoger beroep niet blijkt dat bij verdachte enige onduidelijkheid heeft bestaan over plaats waar verweten gedraging zich heeft voorgedaan. Ad 2. HR ambtshalve: N.a.v. CAG merkt HR op dat o.g.v. art. 177.2.d WVW 1994 jo. art. 58b en 59 BABW voor het door hof bewezenverklaarde feit hechtenis van ten hoogste 2 maanden of geldboete van tweede categorie worden opgelegd. T.t.v. bewezenverklaarde was in art. 23.4 Sr bepaald bedrag van tweede categorie € 4.350. Door hof opgelegde geldboete van € 500, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, valt binnen dit strafmaximum. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. strafoplegging.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04685

Datum 6 oktober 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, nummer 20-002449-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover daarbij een geldboete van € 500,- is opgelegd, tot vermindering van de geldboete tot een bedrag van € 435,- (subsidiair 8 dagen hechtenis) en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring van de pleegplaats.

3.2

De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 3.

3.3

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 6.

4 Ambtshalve opmerking over de strafoplegging

Naar aanleiding van de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 merkt de Hoge Raad het volgende op. Op grond van artikel 177 lid 2, aanhef en onder d en slot, van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 58b en artikel 59 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer kan voor het door het hof bewezenverklaarde feit hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie worden opgelegd. Ten tijde van het bewezenverklaarde, op 13 juli 2021, was het in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde bedrag van de tweede categorie € 4.350. De door het hof opgelegde geldboete van € 500, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, valt binnen dit strafmaximum.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »