Artikel 179 Wegenverkeerswet 1994
Lid 1
Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van de artikelen 5a, eerste lid, 6, 7, eerste lid, 8, 9, 162, derde lid, of 163, tweede, zesde of zevende lid, kan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.
Lid 2
Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van de artikelen 5, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 41, eerste lid, 51, eerste lid, 61, 74 of 114, dan wel van de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen wegens overtreding van artikel 165, eerste lid, of artikel 166, eerste lid, kan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.
Lid 3
Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van het bepaalde krachtens deze wet kan hem in die gevallen, waarin dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.
Lid 4
Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten in het eerste lid genoemd, nog geen vijf jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten de betrokkene de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste tien jaren worden ontzegd.
Lid 5
Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten in het tweede lid genoemd of krachtens deze wet aangewezen, nog geen twee jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een der in het eerste lid bedoelde strafbare feiten de betrokkene de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste vier jaren worden ontzegd.
Lid 6
Bij het opleggen van de bijkomende straf, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 vóór het tijdstip waarop de bijkomende straf ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die straf geheel in mindering gebracht.
Lid 7
Voor de toepassing van dit artikel wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.
Lid 8
Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
Lid 9
Voor de toepassing van dit artikel wordt een strafbeschikking met een veroordeling gelijkgesteld.
Lid 10
Voor de toepassing van het vierde onderscheidenlijk het vijfde lid, wordt onder vroegere onherroepelijke veroordeling mede verstaan een vroegere onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens feiten soortgelijk aan de feiten, bedoeld in het vierde onderscheidenlijk het vijfde lid.
Dit artikel verwijst naar:
- 10, eerste lid (Wvw)
- 114 (Wvw)
- 12, eerste lid (Wvw)
- 162, derde lid (Wvw)
- 163, tweede, zesde of zevende lid (Wvw)
- 41, eerste lid (Wvw)
- 51, eerste lid (Wvw)
- 6 (Wvw)
- 61 (Wvw)
- 7, eerste lid (Wvw)
- 74 (Wvw)
- 8 (Wvw)
- 9 (Wvw)
- artikel 1, eerste lid, onderdeel o (Wvw)
- artikel 164 (Wvw)
- artikel 165, eerste lid (Wvw)
- artikel 166, eerste lid (Wvw)
- artikelen 5 (Wvw)
- artikelen 5a, eerste lid (Wvw)
Recente uitspraken
Art. 179 Wvw is sinds 2004 in 423 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2019:1081 — 09-07-2019 Hoge Raad
Snelheidsovertreding, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Hof heeft verdachte o.m. veroordeeld tot 8 maanden ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, terwijl o.g.v. art. 164.1 WVW 1994 van verdachte overgifte van zijn rijbewijs was gevorderd en OvJ had besloten rijbewijs in… - ECLI:NL:HR:2018:834 — 05-06-2018 Hoge Raad
Vordering tul en oplegging vervangende hechtenis die duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, art. 14g en 22d Sr. Omzetting vier weken voorwaardelijke hechtenis in taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. HR herhaalt relevante overwegingen uit… - ECLI:NL:HR:2017:7 — 03-01-2017 Hoge Raad
Strafmotivering, art. 359.5 Sv. Kan in de strafmotivering voor een eerdere veroordeling worden verwezen naar een strafbeschikking? Opvatting dat i.h.k.v. art. 359.5 Sv een onherroepelijke strafbeschikking niet kan worden gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling door de… - ECLI:NL:HR:2013:1734 — 10-12-2013 Hoge Raad
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven… - ECLI:NL:HR:2012:BW9322 — 26-06-2012 Hoge Raad
HR: art. 81 RO. Ambtshalve: het Hof heeft miskend dat, gelet op art. 179 en 179a WVW 1994, de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet kan worden ontzegd voor het hier bewezenverklaarde feit. De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak in zoverre.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.