Artikel 163 Wegenverkeerswet 1994

Lid 1

Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en artikel 8, derde lid, onderdeel a.

Lid 2

De bestuurder aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.

Lid 3

De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.

Lid 4

In het geval, bedoeld in het derde lid, of indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, of indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed is van een of meer middelen, bedoeld in artikel 8, eerste of vijfde lid, of een combinatie van die middelen met alcohol, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, of artikel 8, derde lid, onderdeel b.

Lid 5

Indien de bestuurder zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.

Lid 6

De bestuurder wie is bevolen zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen, is verplicht aan dit bevel gevolg te geven en zijn medewerking te verlenen. Hem wordt door een arts of een verpleegkundige zoveel bloed afgenomen als voor het onderzoek noodzakelijk is.

Lid 7

Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, door een arts of een verpleegkundige de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd.

Lid 8

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de wijze van uitvoering van artikel 160, vijfde lid, en van dit artikel. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de mogelijkheid tot het doen verrichten van een tegenonderzoek. Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden in de bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen voorschriften ter uitvoering van die regels vastgesteld.

Lid 9

Het eerste tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de begeleider.

Recente uitspraken

Art. 163 Wvw is sinds 2002 in 137 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2025:1925 — 16-12-2025 Hoge Raad
    OM-cassatie. Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Overschrijding van termijn van bloedafname (90-minutentermijn) uit art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer met 7 minuten. 1. Kon hof oordelen dat na deze overschrijding geen (op wet…
  • ECLI:NL:HR:2019:1984 — 17-12-2019 Hoge Raad
    Geen medewerking verleend aan bloedonderzoek, art. 163.6 WVW 1994. Kan verdachte die bloedonderzoek weigert, zich met vrucht beroepen op de omstandigheid dat procedure rondom bloedonderzoek niet juist is nageleefd? Art. 359a Sv. Verdachte is, nadat hij door een eenzijdig ongeluk…
  • ECLI:NL:HR:2019:92 — 22-01-2019 Hoge Raad
    OM-cassatie. Vrijspraak rijden onder invloed (art. 8.3.a WVW 1994) i.v.m. verzuim verdachte te wijzen op recht op tegenonderzoek ex art. 11.2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Behoort bedoeld voorschrift inzake mededeling recht op tegenonderzoek tot de…
  • ECLI:NL:HR:2018:612 — 17-04-2018 Hoge Raad
    OM-cassatie. Het niet voldoen aan de verplichting om medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens het WvSv, art. 447e Sr. O.g.v. art. 55c.2 en 3 Sv komt – onder de in die bepaling gestelde voorwaarden – aan de ambtenaren a.b.i. in…
  • ECLI:NL:HR:2016:412 — 15-03-2016 Hoge Raad
    1. Alcoholslotprogramma (asp), art. 163 WVW 1994. 2. Vordering b.p., art. 6:106 BW. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2015:1807. In de bestreden uitspraak ligt als vaststelling van het Hof t.a.v. het bewezenverklaarde onder 15/660046-13 besloten dat aan vd. t.z.v. hetzelfde feit de…

Bekijk alle 137 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.