Artikel 180 Wegenverkeerswet 1994

Lid 1

Voor wat betreft de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is artikel 6:1:16, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op rechterlijke uitspraken niet van toepassing. Een strafbeschikking houdende deze bijkomende straf is in zoverre eerst voor tenuitvoerlegging vatbaar als geen verzet meer kan worden gedaan.

Lid 2

De rechterlijke uitspraak of strafbeschikking is voor wat betreft de bijkomende straf niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn waarvoor de veroordeelde bij een andere rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, nog niet is verstreken.

Lid 3

Indien de rechterlijke uitspraak of strafbeschikking voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, geschiedt de tenuitvoerlegging niet dan nadat aan de veroordeelde in persoon een schrijven is uitgereikt, volgens de artikelen 36d en 36e van het Wetboek van Strafvordering, waarin het tijdstip van ingang en de duur van de ontzegging, de verplichting tot inlevering van het rijbewijs uiterlijk op dat tijdstip, alsmede het gevolg van niet tijdige inlevering worden medegedeeld.

Lid 4

De houder van een rijbewijs is, tenzij het is ingevorderd en niet is teruggegeven, verplicht dat rijbewijs in te leveren op de plaats genoemd in het schrijven, bedoeld in het derde lid, uiterlijk op het tijdstip van ingang van de ontzegging.

Lid 5

Teruggave vindt plaats zodra de termijn van de ontzegging is verstreken. Geen teruggave vindt plaats ten aanzien van het rijbewijs of de rijbewijzen waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 134, vierde lid, of 180, vierde lid, een verplichting tot inlevering bestaat. Degene bij wie het rijbewijs is ingeleverd geleidt in deze gevallen het rijbewijs of de rijbewijzen door naar degene bij wie de houder dat rijbewijs of die rijbewijzen had dienen in te leveren. Indien het rijbewijs op grond van artikel 123b ongeldig is dan wel indien een aantekening is geplaatst als bedoeld in dat artikel, geleidt degene bij wie het rijbewijs is ingeleverd het rijbewijs of de rijbewijzen door naar de Dienst Wegverkeer.

Lid 6

De termijn van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen wordt van rechtswege verlengd met het aantal dagen dat is verstreken tussen het tijdstip waarop het rijbewijs ingevolge het vierde lid had moeten worden ingeleverd en het tijdstip waarop nadien die inlevering heeft plaatsgevonden.

Lid 7

De termijn van de ontzegging wordt voorts verlengd met de tijd dat de veroordeelde gedurende de ontzegging rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Lid 8

Voor de toepassing van het derde, vierde, vijfde en zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

Recente uitspraken

Art. 180 Wvw is sinds 2011 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hoge Raad en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:HR:2012:BV7016 — 03-04-2012 Hoge Raad
    Art. 180.3 WVW 1994. Onherroepelijk vonnis? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL3181 m.b.t. de vraag wanneer aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 is voldaan. ’s Hofs kennelijke oordeel dat is voldaan aan art. 180.3 WVW 1994 is gelet op de door het Hof vastgestelde…
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1448 — 23-05-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    Dodelijk verkeersongeval op 10 maart 2023 te Sprang-Capelle De verdachte wordt ter zake van 'doodslag, meermalen gepleegd' (het onder 1 primair tenlastegelegde) en 'overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (1,77 milligram)' (het onder 2…
  • ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7306 — 08-12-2011 Hof 's-Hertogenbosch
    289 Sr. De verdachte en zijn medeverdachte hebben opzettelijk een aanrijding veroorzaakt met als gevolg dat de bestuurder van de aangereden auto om het leven is gekomen. De uitvoering van dat gezamenlijke plan bestond erin dat de verdachte met de auto een onoverzichtelijke…
  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1610 — 09-04-2025 Rb. Midden-Nederland
    Gedaagde heeft via een uitzendbureau in de periode tussen 14 juni 2022 en 1 september 2022 werkzaamheden verricht voor eiser. Eiser heeft op 14 juni 2022 aan gedaagde een leaseauto ter beschikking gesteld voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden (en voor privégebruik). Op 18…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.