Artikel 48 Wet op de ondernemingsraden
Lid 1
De ondernemer op wie de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad rust, treft bij voorlopig reglement, voor zover nodig, de voorzieningen die tot de bevoegdheid van de ondernemingsraad behoren, totdat de ondernemingsraad zelf die bevoegdheid uitoefent. De vereniging of verenigingen van werknemers, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, worden over het voorlopige reglement gehoord.
Lid 2
Ten aanzien van het voorlopige reglement is artikel 8, eerste lid, eerste en tweede volzin en tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Het voorlopige reglement vervalt op het tijdstip waarop de ondernemingsraad het in artikel 8 bedoelde reglement heeft vastgesteld.
Lid 3
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ondernemer of de ondernemers die een centrale ondernemingsraad of een groepsondernemingsraad hebben ingesteld.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 48 WOR is sinds 2009 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Utrecht, Hof Den Haag en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:GHDHA:2015:1094 — 12-05-2015 Hof Den Haag
art. 9, 36 en 49 WOR, instellen ondernemingsraad, betrokken vakorganisatie, belanghebbende - ECLI:NL:RBNHO:2021:9545 — 28-10-2021 Rb. Noord-Holland
Generieke uitsluiting uitzendkrachten langer dan 24 maanden werkzaam in onderneming van actief en passief kiesrecht voor de OR in het Voorlopig Reglement strijdig met WOR. Art 3 lid 1 sub a WOR niet beperkt tot Nederlandse uitzendovereenkomsten. - ECLI:NL:RBDHA:2019:13387 — 10-12-2019 Rb. Den Haag
Zetelverdeling binnen DOR waarin twee geledingen zijn vertegenwoordigd (GOR DGBD en ORKD) op basis van getalsmatige evenredige verdeling, ook indien deze verdeling ertoe leidt dat de ene geleding de andere steeds zou kunnen overstemmen? Ratio WOR. - ECLI:NL:RBROT:2014:10878 — 14-11-2014 Rb. Rotterdam
niet-ontvankelijkheid FNV geen belanghebbende in de zin van artikel 36 WOR - ECLI:NL:RBAMS:2014:6775 — 10-10-2014 Rb. Amsterdam
Vordering tot instelling van een OR. Het standpunt dat Voorzet verschillende ondernemingen en onderdelen in stand houdt en dat voor deze in een groep verbonden ondernemers een gemeenschappelijke OR dient te worden ingesteld op grond van artikel 3 lid 1 WOR acht de kantonrechter…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.