Afdeling 3.3.11. Gekwalificeerde deelnemingen in en door financiële ondernemingen

Wordt genoemd in:

Artikel 3:95

Lid 1

Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een:

  1. afwikkelonderneming met zetel in Nederland die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, heeft;

  2. bank met zetel in Nederland;

  3. beheerder van een icbe met zetel in Nederland;

  4. beleggingsonderneming met zetel in Nederland;

  5. entiteit voor risico-acceptatie;

  6. premiepensioeninstelling met zetel in Nederland;

  7. verzekeraar met zetel in Nederland;

  8. betaalinstelling die een of meer van de in bijlage I, punt 1 tot en met 7, van de richtlijn betaaldiensten bedoelde bedrijfsactiviteiten uitoefent; of

  9. elektronischgeldinstelling.

Lid 2

De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. De aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d, kan evenwel bij de Autoriteit Financiële Markten worden ingediend, indien die financiële onderneming op het moment van de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar geen vergunning heeft.

Lid 3

Op de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 15 van de verordening bankentoezicht.

Lid 4

In afwijking van het eerste lid dient een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot een gekwalificeerde deelneming in een bank die in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in de artikelen 16 of 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, is genomen te worden verkregen van de Nederlandsche Bank.

Artikel 3:96

Vervallen

Artikel 3:96a

Lid 1

Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, van de Europese Centrale Bank, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is, om:

  1. een deelneming van betekenis rechtstreeks of middellijk te verwerven van ten minste 15% van haar in aanmerking komend kapitaal op individuele basis of, in voorkomend geval, op zowel individuele als geconsolideerde basis;

  2. een fusie als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten aan te gaan en zij de uit de fusie voortvloeiende onderneming zal zijn;

  3. een splitsing als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten uit te voeren.

Lid 2

Een bank met zetel in Nederland vraagt een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid aan bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Lid 3

Indien een bank als bedoeld in het eerste lid zowel op individuele, als geconsolideerde basis voldoet aan de grens van het eerste lid, onderdeel a, verzendt zij tevens een kennisgeving van haar aanvraag als bedoeld in het tweede lid tevens aan de Europese Centrale Bank, of de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, indien deze de consoliderende toezichthouder is.

Lid 4

De Nederlandsche Bank neemt een besluit over de aanvraag bedoeld in het derde lid, in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder en neemt hierbij artikel 27 quater, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Lid 5

Indien de verklaring van geen bezwaar ziet op een fusie of splitsing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, geschiedt de aanvraag na de vaststelling van de ontwerpvoorwaarden van de fusie of splitsing.

Artikel 3:96b

Lid 1

Een bank met zetel in Nederland stelt de Nederlandsche Bank in kennis alvorens:

  1. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, rechtstreeks of middellijk af te stoten;

  2. een overname of overdracht van activa of passiva uit te voeren indien deze overdracht van materieel belang is als bedoeld in artikel 27 septies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Lid 2

De kennisgeving bedoeld in het eerste lid geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Artikel 3:96c

Lid 1

Het is een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:280a verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op de holding op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, van de Nederlandsche Bank, indien deze de in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde consoliderende toezichthouder van de holding is, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is:

  1. een deelneming van betekenis te verwerven van ten minste 15% van haar in aanmerking komend kapitaal op geconsolideerde basis;

  2. een fusie als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten aan te gaan en zij de uit de fusie voortvloeiende onderneming zal zijn;

  3. een splitsing als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten uit te voeren.

Lid 2

Een holding als bedoeld in het eerste lid met zetel in Nederland vraagt een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid aan onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens bij de Nederlandsche Bank, de Europese Centrale Bank, of bij de Nederlandsche Bank onder verzending van een kennisgeving van de aanvraag aan de consoliderende toezichthouder, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling in artikel 3:280a.

Lid 3

De Nederlandsche Bank neemt een besluit over de aanvraag bedoeld in het tweede lid in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder van de holding als zij dat niet is en neemt hierbij artikel 27 quater, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Lid 4

Indien de verklaring van geen bezwaar ziet op een fusie of splitsing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, geschiedt de aanvraag na de vaststelling van de ontwerpvoorwaarden van de fusie of splitsing.

Artikel 3:96d

Lid 1

Een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:280a stelt de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op de holding op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, de Nederlandsche Bank, indien deze de in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde consoliderende toezichthouder van de holding is, of de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder van de holding is, in kennis alvorens:

  1. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, rechtstreeks of middellijk af te stoten;

  2. een overname of overdracht van activa of passiva uit te voeren indien deze overdracht van materieel belang is als bedoeld in artikel 27 septies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Lid 2

De kennisgeving bedoeld in het eerste lid geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Artikel 3:96e

Lid 1

Indien de Nederlandsche Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met zetel in een andere lidstaat, beoordeelt zij een kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk 27 undecies, van die richtlijn.

Lid 2

Indien de Europese Centrale Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in het eerste lid, omdat zij in de plaats is getreden van de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, beoordeelt zij, op aanvraag en indien de financiële holding of gemengde financiële holding zijn zetel heeft in een niet-deelnemende lidstaat, uitsluitend in overeenstemming met de toezichthouder in die lidstaat, de kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, 27 septies, eerste lid, en 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk artikel 27 undecies, van die richtlijn.

Lid 3

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, artikel 27 quater, tweede en derde lid, onderscheidenlijk 27 duodecies, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Artikel 3:97

Het is een verzekeraar met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank:

  1. zijn eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een dividenduitkering te doen, indien de verzekeraar ten tijde van deze terugbetaling dan wel uitkering niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste of voorziet dat hij in de twaalf volgende maanden waarschijnlijk niet aan dat vereiste zal voldoen;

  2. zijn kapitaalstructuur te wijzigen door de indiening van een verzoek tot toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van aandelen of andere effecten waaraan zeggenschap is verbonden.

Artikel 3:98

Artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing indien ingevolge artikel 5:32d, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend voor een gekwalificeerde deelneming in een marktexploitant die tevens een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.

Artikel 3:99

Lid 1

De betrouwbaarheid van de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zal bepalen of mede bepalen of zal kunnen bepalen of mede bepalen staat buiten twijfel.

Lid 2

De betrouwbaarheid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld, uitgezonderd ten aanzien van entiteiten voor risico-acceptatie, met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.

Artikel 3:99a

De houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zal bepalen of mede bepalen of zal kunnen bepalen of mede bepalen is, gelet op zijn reputatie, geschikt.

Artikel 3:100

Lid 1

De Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, tenzij:

  1. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;

  2. de aanvrager, gelet op zijn reputatie, niet geschikt is of de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet geschikt zijn;

  3. de financiële soliditeit van de aanvrager, rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;

  4. de financiële onderneming als gevolg van de gekwalificeerde deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;

  5. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving of vergroting geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten;

  6. de aanvrager van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, gezeteld is in een staat die geen lidstaat en die is aangemerkt als staat met een hoog risico dat strategische tekortkomingen vertoont in zijn regelgeving met betrekking tot witwassen of terrorismefinanciering, of in een land dat onderworpen is aan beperkende maatregelen van de Europese Unie, en dit afbreuk doet aan de capaciteit van de kandidaat-verwerver om de vereiste praktijken en processen toe te passen om te voldoen aan de voorschriften van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; of

  7. onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt door de aanvrager.

Lid 2

De Nederlandsche Bank stelt een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 3:95, derde lid, dat in ieder geval strekt tot afwijzing van de aanvraag indien zich een geval voordoet als bedoeld in het eerste lid.

Lid 3

Met betrekking tot de betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn het tweede en derde lid van artikel 3:99 van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Indien op grond van artikel 3:102, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar wordt aangevraagd voor alle groepsmaatschappijen, gelden de vereisten van het eerste lid, onderdelen b en c, behalve voor de aanvrager tevens voor alle groepsmaatschappijen die een gekwalificeerde deelneming in de financiële onderneming houden, verwerven of zodanig vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan de gekwalificeerde deelneming uitoefenen in de financiële onderneming.

Artikel 3:101

De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in 3:97, tenzij:

  1. de handeling in strijd zou kunnen komen of zou zijn met hetgeen voor de betrokken of verzekeraar ingevolge artikel 3:57, eerste en tweede lid, is bepaald met betrekking tot de solvabiliteit;

  2. de handeling anderszins in strijd zou kunnen komen of zou zijn met een gezonde en prudente bedrijfsuitoefening; of

  3. de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.

Artikel 3:101a

Lid 1

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, tenzij:

  1. de aanvrager als gevolg van de deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld; of

  2. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen deelneming geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen deelneming het risico daarop zou kunnen vergroten.

Lid 2

De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdelen b en c, tenzij:

  1. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;

  2. de aanvrager, gelet op zijn reputatie, niet geschikt is of de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet geschikt zijn;

  3. de financiële soliditeit van de financiële ondernemingen betrokken bij de fusie of splitsing rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;

  4. de financiële onderneming die ontstaat als gevolg van de voorgenomen fusie of splitsing niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;

  5. het uitvoeringsplan van de voorgenomen fusie of splitsing vanuit prudentieel oogpunt niet realistisch en solide is; of

  6. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen fusie of splitsing geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten.

Lid 3

Indien een aanvrager onvolledige of onjuiste informatie verstrekt, ondanks een verzoek overeenkomstig artikel 1:106c, eerste lid, wordt de verklaring van geen bezwaar niet verleend.

Lid 4

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank, en, waar van toepassing overeenkomstig artikel 3:96a, derde lid, of 3:96c, derde lid, in overeenstemming met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, de verklaring van geen bezwaar verlenen, indien:

  1. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 bis, zevende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten;

  2. een fusie als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 decies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Artikel 3:102

Lid 1

Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend kan op aanvraag de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van zijn gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Voor de vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een entiteit voor risico-acceptatie is geen toestemming vereist. Voor een betaalinstelling kan een bovengrens gelden van 20, 30, 50 of 100 procent.

Lid 2

Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, kan, op aanvraag, worden bepaald dat die verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk.

Artikel 3:103

Lid 1

Een ieder geeft de Nederlandsche Bank vooraf kennis van een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid:

  1. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of

  2. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.

Lid 2

Een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel a tot en met d, f, h of i, geeft, zodra zulks haar bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in die onderneming:

  1. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de betrokken financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of

  2. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de betrokken financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.

Lid 3

Een financiële onderneming als bedoeld in tweede lid, geeft, voor zover haar bekend, de Nederlandsche Bank in de maand juli van elk jaar kennis van de identiteit van iedere persoon die een gekwalificeerde deelneming in de betrokken onderneming houdt.

Lid 4

Een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar geeft, zodra zulks haar of hem bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in haar of hem waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10 procent daalt.

Lid 5

Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege.

Lid 6

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid geldt voor een betaalinstelling een verplichting tot kennisgeving als de omvang van de deelneming boven de 20, 30 of 50 procent stijgt dan wel onder de 10, 20, 30 of 50 procent daalt.

Artikel 3:103a

Lid 1

Een groepsmaatschappij waaraan op grond van artikel 3:102, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend die geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, stelt de Nederlandsche Bank in kennis van een voorgenomen wijziging binnen de groep die ertoe leidt dat een groepsmaatschappij een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming zal houden, verwerven of zodanig zal vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming zal uitoefenen. Gelijke verplichting rust op de overige bij die wijziging betrokken groepsmaatschappijen.

Lid 2

Zodra een groepsmaatschappij aan de ingevolge het eerste lid op haar rustende verplichting heeft voldaan, is de verplichting voor de andere in dat lid bedoelde groepsmaatschappijen opgeheven. Melding op grond van dit artikel geldt tevens als een melding van de groepsmaatschappij en alle bij de wijziging betrokken groepsmaatschappijen ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 3:103, eerste lid.

Lid 3

Aan een voorgenomen wijziging binnen een groep als bedoeld in het eerste lid, wordt door een groepsmaatschappij geen uitvoering gegeven voordat de Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank, daarmee heeft ingestemd.

Lid 4

De Nederlandsche Bank, of ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank, stemt in met de voorgenomen wijziging, tenzij één van de in artikel 3:100, eerste lid, genoemde gronden zich voordoet met betrekking tot de voorgenomen wijziging.

Lid 5

De artikelen 1:62, eerste lid en artikel 1:106 tot en met 1:106e zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in het derde lid, waarbij:

  1. voor «aanvraag van een verklaring van geen bezwaar» wordt gelezen: een kennisgeving als bedoeld in artikel 3:103a, eerste lid;

  2. voor «verklaring van geen bezwaar» wordt gelezen: de instemming, bedoeld in artikel 3:103a, vierde lid;

  3. voor de toepassing van artikel 1:106b, eerste lid, voor «alle gegevens en bescheiden» wordt gelezen: de gegevens, bedoeld in artikel 3:103a, zesde lid; en

  4. voor «aanvrager» wordt gelezen: de groepsmaatschappij die de Nederlandsche Bank overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:103a, eerste lid, in kennis stelt van een voorgenomen wijziging binnen de groep.

Lid 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens worden verstrekt bij een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3:104

Lid 1

Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een door haar verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, 3:96a, eerste lid, 3:96c, eerste lid, of 3:97, dan wel een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijk, 3:101, onderscheidenlijk, 3:101a beoogt te beschermen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 3:95, derde lid.

Lid 2

Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, of verbonden aan een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk, artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, is uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, dan wel indien zonder de in artikel 3:103a, derde lid, bedoelde instemming is verkregen of de daaraan gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.

Lid 3

De Nederlandsche Bank kan degene die niet voldoet aan artikel 3:95, eerste lid, 3:96, eerste lid, 3:96a, eerste lid, of 3:96c, eerste lid of artikel 3:103a, derde lid, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

Artikel 3:105

Lid 1

Van de door haar verleende verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, wordt door de Nederlandsche Bank aan de financiële onderneming waarin de gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verworven of vergroot mededeling gedaan. Indien de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, tweede volzin, is ingediend bij de Autoriteit Financiële Markten, zendt de Nederlandsche Bank de verleende verklaring van geen bezwaar aan de Autoriteit Financiële Markten. De Autoriteit Financiële Markten deelt de verleende verklaring van geen bezwaar mede aan de betrokken financiële onderneming.

Lid 2

Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door de Nederlandsche Bank mededeling gedaan in de Staatscourant, tenzij de publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden.

Lid 3

Onverminderd de artikelen 1:104, 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank de verklaring van geen bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken:

  1. indien aan de houder een nieuwe verklaring van geen bezwaar wordt verleend die betrekking heeft of mede betrekking heeft op handelingen waarvoor de in te trekken verklaring van geen bezwaar was verleend;

  2. indien de houder van een verklaring van geen bezwaar niet de gedragslijn volgt die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:75 aan die houder heeft voorgeschreven; of

  3. indien de aanvrager de verwerving of vergroting niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 1:106e, heeft voltooid.

Lid 4

Onverminderd de artikelen 1:104, 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken indien zich met betrekking tot de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend omstandigheden voordoen of feiten bekend worden die, indien zij zich ten tijde van de verlening van de verklaring van geen bezwaar zouden hebben voorgedaan of bekend zouden zijn geweest, aanleiding zouden hebben gegeven tot het stellen van deze beperkingen, het verbinden van deze voorschriften of het niet verlenen van de verklaring van geen bezwaar.

Lid 5

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank deelt de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar mede aan de betrokken financiële onderneming.

Lid 6

Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door de Nederlandsche Bank mededeling gedaan in de Staatscourant, tenzij de publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden.

Lid 7

Indien een verklaring van geen bezwaar is verleend voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank in afwijking van het derde en vierde lid geen besluit als bedoeld in het derde en vierde lid, maar een ontwerpbesluit op van die strekking.

Lid 8

Het eerste lid, eerste volzin, en tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, met dien verstande dat voor «verklaring van geen bezwaar» steeds wordt gelezen «besluit tot instemming».

Artikel 3:106

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot houders van een verklaring van geen bezwaar waarvan ten minste een dochtermaatschappij een beleggingsonderneming is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 heeft, om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou kunnen leiden of zou leiden tot een invloed op de beleggingsonderneming die in strijd is met de financiële soliditeit van die beleggingsonderneming.

Lid 2

De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend betrekking hebben op financiële waarborgen, op te verstrekken gegevens en inlichtingen alsmede op de vorm waarin die gegevens en inlichtingen worden verstrekt.

Lid 3

De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing van het eerste lid indien de houder van de verklaring van geen bezwaar aantoont dat aan die regels redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze regels beogen te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 3:107

De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarover zij ingevolge artikel 3:103, eerste en tweede lid, beschikt.

Artikel 3:108

De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of banken houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen.

Artikel 3:108a

Vervallen

Artikel 3:109

Vervallen